
Mijn dagen zijn kolen in het vuur
en branden zienderogen op
slechts stof en as is wat er blijft
niets resteert nog van levensduur.
Slechts mineralen voor de rozen
mest voor een groentetuin
en wat er verder dan nog rest
wordt begraven onder puin.
Ach, groeiden mijner nagedachtenis
nog bomen in verschiet.
Maar nee, mij rest alleen
de nederige vergeet-mij-niet.
