Ik kàn niet geloven

Heer, ik kán niet geloven.
Geloven, dat er mensen zijn.
Die leven in Uw feestfestijn.
Die U niet prijzen en loven.

Heer, hoe moet ik geloven?
Dat mensen Uw grootheid niet zien.
Of dat ze niet willen misschien.
Begrip daartoe gaat mij te-boven.

Heer, hoe zou ik geloven?
Dat de mens Uw liefde weert.
Dus zelf zijn eigen ziel bezeert.
Henzelf van Uw heil beroven.

Heer, dank U dat ik mág geloven.
In Uw liefde, in Uw gena.
In Uw erbarmen niet terzijde sta.
Maar werkelijk tussen hen die U loven

Heer, ik zal echt moeten geloven.
Dat ik U niet voldoende eer geef.
Ook ik dank niet altijd dat ik leef.
Ik ben een mens, geen engel van boven.

Geef een reactie Je eerlijke mening wordt zeer op prijs gesteld

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.