
Stil zit ik te staren,
naar de wereld om mij heen,
waar schepen over water varen,
naar rotsen, daarachter, van steen.
Stil zit ik in gedachten,
Zonder bewust op te merken,
‘t verschil in dagen of nachten,
die actie of reactie beperken.
Stil zit ik zonder bewegen,
denk over “het hoe, en waarom?”
zit mijn “goed en kwaad” af te wegen,
en mijn kansen of ik in de hemel kom.
Dan treft mijn blik het water weer,
en gaan mijn gedachten naar Tiberias,
waar Gij over het water liep, o Heer,
en zoveel ernstig zieken genas.
Dan trekken de rotsen mijn gedachten,
en zie ik U bij Galilea staan,
de schare op Uw Bergrede wachten,
en Gij liet niemand hongerig gaan.
Dan wil ik niet meer werkeloos wachten,
maar vertellen waarom U wordt geloofd,
en wervelen duizenden gedachten,
als in de wind – Uw adem – om mijn hoofd.
Vind ik leuk:
Vind-ik-leuk Aan het laden...