Cyclus

rijp graan

Stil ploegen gedachten
voren door de tijd
in lange lijnen
waar eens het zaad
gezaaid wordt
om te ontkiemen
en groeien in zomerzon
rijpen dan volle aren
tot gouden akkers

loopt het Woord
klaar om te oogsten
aanschouwt gezegend veld
en bindt aan schoven
wat is verworven
uit gaven en door arbeid
gewand in weer en tegenweer
word verzameld in schuren
keert na zaaien tot leven weer.

Boeiend tot over de horizon

servische vlakte

Het is het leven dat mij steeds weer boeit
mij heeft gevangen in wurgende greep
dat met mij solt of achteloos stoeit
aanvaarden of niet daar zit ‘m de kneep.

Het duldt geen verzet maar sleurt me mee
als eindeloos deinen van eb en vloed
tussen begroeide oevers als water naar zee
en pas over de horizon wordt ’t leven goed.

Bijvend knagende twijfel

Dikwijls Heer sluit ik mijn ogen
buig mijn hoofd deemoedig neer
vouw ik mijn handen in onvermogen
en zonder woorden ga ik weer

het is niet dat ik U niet wil eren
maar U bent zo oneindig groot
en als mens moet ik nog leren
hoe dikwijls U mij Uw liefde bood

elke keer als ik tot U wil komen
ontbreekt mij vertrouwen en moed
worden woorden mij ontnomen
is ’t onrust die mij twijfelen doet

twijfelen aan Uw onzichtbaar Wezen
aan mijn eigen standvastigheid
al kan ik nog zo vele malen lezen
dat U mij door Uw lijden hebt bevrijd.

Basis

In stille contouren
van verlatenheid
gesproken woorden
niet gehoorde klanken
blindheid door ’t licht
treden zonder voortgang.

Zoeken wat voor handen
binnen bereik
en tastbaar is
op wegen naar verten
vanaf de horizon gekeerd
aan het begin gevonden.

Anders

Hoe arm is de mens
die denkt alleen
alleen te leven
voor kapitaalvermeerdering.

Hoe dom is de mens
die denkt alle
wijsheid  te bezitten
en ieder ander dom verklaart.

Hoe schoon is de mens
die door schoonheid
in de spiegel
door zichzelf wordt verblind.

Hoe rijk is de mens
die in naïviteit
rijk is en
zijn vijand zelfs in nood voedt.

Als kaal geploegd land

De zaaier

Als een akker die geploegd is
nog dor en levenloos
geen zaden heeft ontvangen
is een mens die leest
woorden  die hij niet begrijpt
en niet wil horen
hoe zaad in zijn ziel niet rijpt
maar onkruid overwoekert
het vers bewerkte land
zodat het werk der zaaier
geen vruchten draagt.

Als de wind om mijn hoofd

wonderbaarlijke visvangst

Stil zit ik te staren,
naar de wereld om mij heen,
waar schepen over water varen,
naar rotsen, daarachter, van steen.

Stil zit ik in gedachten,
Zonder bewust op te merken,
‘t verschil in dagen of nachten,
die actie of reactie beperken.

Stil zit ik zonder bewegen,
denk over “het hoe, en waarom?”
zit mijn “goed en kwaad” af te wegen,
en mijn kansen of ik in de hemel kom.

Dan treft mijn blik het water weer,
en gaan mijn gedachten naar Tiberias,
waar Gij over het water liep, o Heer,
en zoveel ernstig zieken genas.

Dan trekken de rotsen mijn gedachten,
en zie ik U bij Galilea staan,
de schare op Uw Bergrede wachten,
en Gij liet niemand hongerig gaan.

Dan wil ik niet meer werkeloos wachten,
maar vertellen waarom U wordt geloofd,
en wervelen duizenden gedachten,
als in de wind – Uw adem – om mijn hoofd.

Allemaal mensen


Mijn hart krimpt zo dikwijls bij pijn
die mensen aandoen zonder te beseffen
dat wij toch van elkaar afhankelijk zijn
kunnen leven zonder ieder te treffen.

Waarom toch steeds weer hoogmoed,
afgunst, wrevel of bijtende spot,
geeft niemand iets om anders goed
bekommerd niemand zich om iemands lot.

Ieder mens vraagt liefde, aandacht
en begrip, maar dat geven lijkt vergeten,
al is ’t maar íéts dat pijn verzacht
laat toch een ander aandacht weten.

Een boek leert ons in vele woorden
dat wij voor één Heer allen gelijken zijn
en zo wij naar Zijn stem hoorden
wij bevrijd zijn van dwang en pijn.

Aardsgeflonker

witgouden ring met parel
Eens zal al het geflonker
van zilver, goud en edelsteen
slechts glans vertonen van donker
en geen lichtstraal daar om heen.

Glans zal in het niet vervallen
door een licht wat schoner straalt
waardoor machthebbers zullen vallen
geen aards geflonker het bij haalt.

Zelfs sterren zullen verbleken
daarbij faalt zelfs zon of maan
dat licht beschijnt aardse streken
als de hemelpoorten open gaan.

Wat is dan nog de waarde
van edelsteen, zilver of goud?
Als straks God hier op aarde
alle glans voor Zích behoudt.

Aanvaarding

Wat heeft men te aanvaarden,
naar ‘t loon van dagelijks werk.
Of erkent men slechts de waarden,
van mensenhanden zwak of sterk .

 

Waar liggen onze grenzen,
tussen weten en onwetendheid?
Verschil tussen onze wensen,
in wetenschap en ijdelheid?

 

In onderzoek of zoektocht,
verstandelijk geredeneer,
vindt niemand geluk dat hij zocht,
legde zich bij de uitkomst neer.

 

Geen wijsheid is ons gegeven,
in het wonder dat geschiedt.
‘T zij bij dood of leven,
ons eigen werk is ‘t niet.

 

Onze ijdelheid ten schande,
onze wetenschap ten spijt,
waar ons verstand verzandde,
zijn wij tot aanvaarding bereidt.

 

Aanvaarding van het enige wonder.
Het wonder van Gods almachtigheid.
Deze wijsheid kunnen we niet zonder.
Al is ‘t met onze eigenwaan in strijd.

Verwonderen over wonderen

Engelentrompetten
Jezus is niet meer op aarde.
Zijn wonderen nam Hij mee.
Herinnering die men bewaarde.
Als de spijziging aan de zee.

Vele zieken heeft Hij genezen.
Zelfs doden heeft Hij opgewekt.
In de bijbel kunnen wij lezen,
vanwaar Zijn roem nog strekt.

Nee, alles is nu zo heel gewoon.
Wonderen gebeuren niet meer.
Jezus is boven als Gods Zoon,
Hij is zover weg als onze Heer.

Zien wij dan niet in het voorjaar,
uit dorre aarde de jonge plant?
Kom, dan wijzen wij aan elkaar,
nieuwe wonderen van Gods hand.

Laat ons in alle verwondering,
zien de wonderen van God.
En ons buigen in aanbidding,
dankend voor ons dagelijks lot.

Rust door Uw wijsheid en vrede

Heer als een medemens mij niet ligt
en ik geen begrip op kan brengen
mijn interesse zich naar anders richt
laat mij dan onbegrip met liefde mengen
in plaats van mijn gevoel van onbehagen
te uiten in tekenen van onlust en stress
met verbaal geweld zijn mening belagen
in woorden die scherp zijn als een mes.

Heer, geef mij inzicht in Uw leven
zo U met Uw liefde de mens tot orde riep
met zachte woorden hem voorbeeld geven
en met wijsheid alleen Uw vrede schiep
te leven zoals U hier op aarde deed
zal mij dat steeds tot rust en steun zijn
als ik van Uw getuigenis daarvan weet
geduldig en lankmoedig, liefdevol en rein.

Nachtelijke hemel

sterren in het universum-828650__180

Pas in duister donker van de nacht
zien wij met ons beperkt zicht
de ware grootheid van Zijn kracht
Die de hemel bezaait
met zilveren sterrenpracht.