
De zeeën zijn niet steeds oases van rust
Of vlak van horizon tot horizon
En glanzend licht in stralen der zon
Waar witte vogels zweven van kust tot kust
Niet immer kab’len vriend’lijk golfjes teer
Alwaar ze zacht het blanke strand ontmoeten
En Hollands schone duinen begroeten
Bij storm gaan ze dikwijls razend te keer
Mijn geest dikwijls ook wisselvallig als de zee
Niet altijd vriend’lijk als de zonnestralen
Soms voel ik ongemak en ach en wee
Mijn dagen verlopen dan met pieken en dalen
Ach, ieder mens kent stormen in ’t leven
Alléén vreugd en gein is niemand gegeven.
