Zomaar blijven dromen


Dromen wil ik blijven
Van al het schone dat de aarde biedt
Mijn fantasieën op wolken laten drijven
Zodat ieder mens ze ziet
Ergens tussen licht en donker
Beschenen door zon of maan
Zon bij dag en ‘s nachts stergeflonker
Ver in het heelal waar sprookjes nog bestaan
Rustend in bos of veld
Wil ik daarover dromen
Horen wat de wind mij vertelt
Zacht fluisterend door ’t riet of in de bomen
En als mijn gedachten zijn weggewaaid
En ik weer langzaam tot de realiteit ga komen
Blijft de hoop dat eens die schone wereld
Als het paradijs weer terug zal komen

Verdwenen land


In golvend deinen van waterstromen
bedwongen door menig duin of dijk
vermoedt geen mens het verloren rijk
Atlantisch dat nooit terug zal komen

waar eens volkeren met rijke cultuur
in grote welvaart samen woonden
rust en vrede de mensen bekroonden
in wonderland onder hemel van azuur

maar nergens meer vind men dat land
dat trotse volk zo vredig en schoon
gewist door hevige storm of cycloon
ziet men het niet meer van duin of strand.

Verloren gaat zo eens iedere tijd
de groei van cultuur en volk ten spijt.