
Op een dag, toen ik de weg niet wist
sprak een schone vrouw mij aan
“Kom, volg mij, ik weet beslist
langs welke paden jij moet gaan”.
Ze nam mij bij de hand
en leidde mij langs onbekende wegen
zo kwamen wij in paradijselijk land
zo schoon als niet op aard gelegen.
“Hier heerst,” zo sprak de vrouw,
“enkel liefde, enkel vree,
ook hier heerst rust voor jou
op het witte strand aan de glazen zee”.
Plotseling was de vrouw verdwenen
en stond ik alleen daar in dat vreemde land
maar voelde desondanks vredige rust
daar ik was geleid door liefdevolle hand.
