
In stilte slaak ik mijn zucht
over verloren tijden
waarin ik ben gevlucht
geen lef had om te strijden
of aan toekomst te wijden
maar voor hoon beducht
enkel dat ontvlucht
uit angst voor lijden.
En achteraf sta ik verholen
in schaduw van het zijn
en wezenloos verscholen
verbijtende de pijn
heb zelf mijn leven ontstolen
vergokt, verslaafd aan wijn
moet ik nu doelloos dolen
alle goeds voor mij slechts schijn.
