Levensherfst

naar licht van de toekomst
Als warrelend blad in de wind
loop ik dolend door ’t beneveld licht
van bronsgekleurde lanen
waartussen bomen Jakobsladders dalen
en voel me bijna een aartsvader
dromend van afdalende
en opstijgende engelen terwijl de wind
de hemelse orgelpijpen bespeelt
terwijl de toetsen en pedalen
bediend worden door almacht
die lente, zomer, herfst en winter
sinds de schepping bestuurt.