Het meer van Tiberias

ruwe zee
Door storm en wind gedreven, rusteloos getij
geen regelmaat slechts eindeloze branding
in stilte bid ik slechts, o Heer blijf mij nabij
zoals in belofte die ik van U ontving.

Luw de storm die telkens weer in mij raast en woedt
bestraf de wind zodat de golven van mijn ziel
door Uw gena en liefde enkel worden gevoed
en geef mij rust dat ik vannacht zwijgend voor U kniel.

Vergeef mij mijn protest dat als storm door mij raast
mijn onbegrip veroorzaakt zware branding
als verzet dat weerbarstig van de rotsen kaatst
onwetend van Uw liefde en vergeving.

Toch laat U iedere morgen de zon weer schijnen
en met Uw warmte doet U de storm verdwijnen.