Ode aan jou


Als een tropische vis
in vergulde aquarium
beweeg jij door massa’s.

Als exotische vogel
in tropische wouden
tussen smaragdgroen blad.

Je gratie beweegt
als hinde
over uitgestrekte savanne.

Je ogen glinsteren
als twinkelende sterren
vanaf diep blauwe hemelkoepel.

Iedere dag zweef je
als veel kleurige vlinder
tussen bloemen in mijn tuin.

Jij bent jij
ik zou je nooit
kunnen missen.

Zo even, zo even


De tijd staat niet
zomaar even stil.

Niet zomaar
zonder enige rede.

De wereld
draait,
totdat de aarde
stil blijft staan.

En ook onze tijd
niet verder gaat.

Ach, waarvoor?

’t Was allemaal
maar zo even.

Rustige ochtend


De horizon
verlicht en badend
in nevel.

Schimmen van hoeven
omgeven door
populierenkruinen.

En met stilte
ben ik omringd
door aanstormende warmte
van komende dag.

Traag begint het koor
der zingende bomen
dat mij inspireert
tot schrijven van een vers.

Dit wordt een dag
zoals ieder.

Onverklaarbare gevoelens


Vanuit de struiken
voel ik de dreiging
als aan de grond genageld
kom ik niet van de plek.

Ik voel dreigende ogen
als gloeiende kolen
een wezen klaar voor de sprong.

En vanachter brult de dood
als een leeuw.

Maar de wolf bijt in mijn been
en laat niet los.

Dan schijnt de zon
en het pad verlicht
zodat de gloeiende kolen
doven
en de leeuw brult Zijn victorie.

Compositie van de dag


Weer is een nieuwe dag geboren
’s morgens uit moeder zonneschijn
naakt, baarde zij in ochtendgloren
haar boorling onschuldig en rein.

Herauten kondigen de geboorte aan
vanuit de hoogste bomenkruin
verkondigen het glorierijk bestaan
van een wonder tot in menig tuin.

Veel kleurig sieren weer de bloemen
in de velden, in de parken en in weiden
alle vormen, te veel om op te noemen
een schat om door te lopen of te rijden.

Zo loop ik al peinzend door de natuur
verwonderd wie al dit schoons schiep
en behoedde iedere dag van uur tot uur
avonds vouw ik mijn handen en dank die Schepper.

Loop van gedachten


Mijmerend aan oevers
tussen ruisend gekrookt riet
turend naar kabbelende golfjes
denk ik; “Ach,
bestond al dat water
uit kabbelende woordenstroom
begeleidt door muzek
van ruisend riet.”
En zo al dromend
turend naar de schijnbaar
eeuwig voort gejaagde golven
stromen mijn gedachten mee
en vormen een gedicht
dat stroomt met hen mee
naar eeuwig deinende zee.

En zittend op toppen van duinen
zie ik die woorden mengen
in een machtige massa
tot waar aarde en hemel
ineen smelten in onzichtbare lijn.

Door


We gaan wind-op
maar ik gooi
m’n hoofd in de nek
en ga door.

De bomen buigen
takken breken af
bladeren dwarelen
maar ik wil niet buigen
en ga door.

Iemand zegt,
“Ga terug,
de wind is te sterk.”
maar ik ga door.

Eens zal de wind draaien
en gaat de reis voorspoedig
en ga ik door
in luwte van bomen.

Bomen die niet meer buigen
en takken die niet breken
en wij gaan door
tot het einde.

Weet waarvoor je leeft


We luisteren en horen
daarvoor is het leven.

Het leven danst en springt
jeugd is leven en kent geen dood.

Leven is niet eeuwig,
dans en spring en zing.

Loop het pad
het pad voor jouw bestemt.

Loop tot het eind.

Loop het dansend,
zingend en springend.

Dan weet je dat je leeft.

Laatste herinnering


Als ik eens vertrek
en we zien elkaar
op aarde nooit weer
ach, huil dan niet om mij.

Eens zien wij elkaar
aan andere kant
van de horizon
waar elke traan wordt gewist.

Breng mij naar daar
waar niemand vedriet kent,
laat mijn geest vrij zweven
strooi mijn lichaam
uit over aard.

Plaats geen steen
ter mijner gedachtenis
maar herinner mij in je hart.

Plek


Ieder mens is zoekende
naar zichzelf in een notendop.

Ook ik zoek op plekken
waar ik denk dat ik zou kunnen wezen,
of waar het beter is te zijn dan hier.

Ergens zal toch iemand
daar zijn op de plek waar zijn home is.

Sterker, ergens is die plek,
die plek vol rust en vree.