Loop van gedachten


Mijmerend aan oevers
tussen ruisend gekrookt riet
turend naar kabbelende golfjes
denk ik; “Ach,
bestond al dat water
uit kabbelende woordenstroom
begeleidt door muzek
van ruisend riet.”
En zo al dromend
turend naar de schijnbaar
eeuwig voort gejaagde golven
stromen mijn gedachten mee
en vormen een gedicht
dat stroomt met hen mee
naar eeuwig deinende zee.

En zittend op toppen van duinen
zie ik die woorden mengen
in een machtige massa
tot waar aarde en hemel
ineen smelten in onzichtbare lijn.