Gespook


Wie kent niet midden in de nacht
de lugubere spookgeluiden
die dan weer luid, dan weer fluisterzacht
de komst van middernacht in te luiden.

Ze sluipen binnen door spleten en kieren
langs muren en plafon onhoorbaar
om plotseling in lach en brul uit te gieren
en hun jammerklachten zijn ontelbaar.

Hun territorium is de nacht
in duister ziet niemand waar ze binnenkomen
ze komen daar waar niemand hen verwacht
vooral dan in diepste dromen.

Maar verdwijnen in angst voor lichtende horizon
sluipen weg door gaten of kieren
en lossen jammerend op door licht van de zon.
Daarna kunnen wij opgelucht bevrijding vieren.

Een mager zwart mens


Ik zag een mens
een mager mens
ik zag een zwart mens
hij kwam uit Afrika.

Ik zag een zwart
mager mens uit Afrika
uit hartje Afrika.

En niemand
wilde hem zien.

Mén vond dat
heel gewoon,
een mager zwart mens
uit hartje Afrika.

Men dacht
hij zijn zorg,
wij de onze.

Ik ben weer
naar Afrika geweest.

Maar nérgens
zag ik nog
dat magere zwarte
hongerige mens.

Iedere dag nieuw geluk


Als ’s ochtends met de vogelkoren
en het nieuwe licht aan de horizon
het nieuw geluk wordt geboren
onder de gloed van gouden zon.

Over smaragdgroen veld bezaait met parelen
en vaag blauwe bossen aan verre kim
onder azuur lucht waar kievieten buitelen
en zwaluwen doorheen scheren als een schim.

Dan lijkt de wereld ’t sprookje van weleer
een paradijs vol vrede en feest
daar ontmoet de mens zijn schepper weer
dan is ’t zoals ooit Gods bedoeling is geweest.

Is dit het paradijs?


Hoe lang heb ik niet nagedacht
terwijl woorden mij ontvloden
vervlogen in ijle lucht in duist’re nacht
tussen wolken die geen weerstand boden.

Ik zag schimmen die weken
als vogels op hun verre vlucht
die op dinosaurussen leken
bloed doorlopen muilen van moordzucht.

Rampen die mijn zinnen wisten
steeds weer steden omgeploegt
kinderen die hun ouders misten
en de draken reageerden vergenoegd.

Zwijnen zijn het die zwelgen in bezit
denken God op fouten te wijzen
rijkdom en macht is hun doelwit
door list en bedrog willen ze gelijk bewijzen.

Eens was de aarde een paradijs
Gods tuin, schoon door vele bloemen
mens en dier brachten Hem eerbewijs
en ieder wilde Hem om Zijn vrede roemen.

Omschrijving van mijn muze


Als een bloem zo teer van kleur
een opengevouwen kelk.
Schoonheid en reinheid
die haar omringt en kust haar wangen.
De gratie waarmee zij beweegt
als een hinde, een ree, een gazel.
Waar zij haar voetstap zet
groeien bloemen van goud,
bomen met bladeren van smaragd
haar mond ademt lauter rozengeur.
Haar zang is schoner dan vogelzang
Rond haar taile een gordel van zirkoon
haar ogen stralen de warmste stralen
heel haar wezen en karakter,
noemt haar naam……. LENTE!

Hulp in duistere nacht


Dikwijls verwens ik de nachten
om hun ondoorgrondelijk duister
om hun geluiden alsof spoken lachten
met een huilend hoongefluister.

Opgesloten in ruimte zonder schaduwen
waar geen mens een hand voor ogen ziet
opgevreten door angst en zenuwen
in een wereld die geen hoop of soelaas meer biedt.

Met blinde ogen tast ik langs de wanden
hopend op opening wijzend naar zon
schijnend op blanke warme stranden
nog steeds in hoop dat ik daar verblijven kon.

Maar de nachten blijven duister
en de ruimte blijft een gesloten cel
’t geluid blijft een dreigend fluister
heel het leven lijkt meer en meer duivelsspel.

En toch!…, Heer komt aan U de overwinning
U geeft ons zekerheid U geeft ons kracht
en eens komen ook wij tot bezinning,
kom ons ook nu te hulp in deze duistere nacht.

Onvoorstelbaar


Heer, begrijpt U niet
wat ik allemaal vragen wil
’t is of U ’t verdriet niet ziet
U blijft op onze bede zo stil.

Ziet U niet onze aardse noden
hoort U niet de jammerklachten
ziet U niet de duizenden doden
of dat wij naar vrede smachten.

Heer, U lijkt zo ver bij ons vandaan
ergens daarboven in Uw hemelrijk
alsof U met ons lot niet bent begaan
maar Heer, geef van Uw liefde blijk.

Verander Heer de machtigen der aarde
zodat zij de juiste keuzes doen
dat Uw wereld wordt zo de schepping baarde
een tuin vol bloemen en vol groen.

Heer nu worden landen verdrukt
en Uw natuur wordt afgebroken
volkeren worden vrijheid en voedsel ontrukt
wanneer wordt de kwade macht doorbroken.

Ach Heer, hoor ons gebed
en leid ons op goede paden
dat elk op Uw geboden let
dat wij Uw naam niet zullen schaden.

Hoop en vrede


Steeds weer is er de hoop
hoop in mij dat het goed is
alle dagen van mijn levensloop
veel geluk en geen gemis.

Die hoop is niet voor mij alleen
ik bid voor allen op deze aarde
voor jong en oud, voor iedereen
niemand is van meer of minder waarde.

Niemand is van neer of minder gewicht
het zij bedelaar, koning of werelleider
ieders taak is op steun en/of hulp gericht
of hij autochtoon is of gastarbeider.

Zo hoop ik dat de wereld mooier wordt
mensen behulpzamer voor elkaar
ieder zich met wapens der liefde omgordt
dan worden vrede en vriendschap waar.