
’s Morgens als de nevel met dauw
het veld met paar’len heeft bedekt
of groen van gras aan ’t oog ontrekt
bevroren door vorst en winterkou
langs Pruisisch blauwe hemelboog
de wolkenmassa statig zweeft
de winter heerschappij nastreeft
en ’t zonlicht stijgt gestaag omhoog
dan kan een stille vrede heersen
genot van zuiv’re pure lucht
al weegt de kou dan wel geducht
toch zal het ons niet overheersen.






