
Zacht zingt het riet zijn avondzang
als ik loom aan de dijk rust
tegen een boom turend over de stroom
luisterend naar ’t vredig ruisen
en de enerverende zang van de karekiet.
Hoog klinkt het mauwen van de buizerd
zwevend als een stip aan blauwe lucht
door de polder hoor je roep van grutto
terwijl de kievit zijn naam scandeert
blijf ik toch gefascineerd door ’t riet.



