Kind, Man en God


Dat kind eens geboren in Bethlehems stal
waarbij de engelen hebben gezongen
profeten getuigden dat Hij de wereld redden zal
eeuwen later door ons met lof bezongen.

Nu is Hij als Man van smarten en martelaar
veroordeeld zonder schuld met hoon beladen
staat als misdadiger voor Zijn rechters daar
is om ons van de dood te redden verraden.

Geen woord of klacht komt uit Zijn mond
men wéét de reden toch van Zijn daden
dat Zijn Vader die Hem naar de aarde zond
Hem zal steunen op al Zijn zware paden.

Veroordeeld is Hij al wist men niet waarom
door leugen en door valse getuigenis
maar wat ook werd gezegd Hij hield Zich stom
omdat alles door de profeten verkondigd is.

Men leidde Hem weg, dat onschuldig Kind
die weg buiten Jeruzalem, Zijn stad
Hij bad voor hen, als waren ze blind
omdat Hij hen altijd zo lief heeft gehad.

Nú zingen de engelen verheugd voor Hem
en getuigen ook op aarde weer vele tongen
van dat onschuldig Kind geboren in Bethlehem
door Wiens liefde wíj de dood zijn ontsprongen.

Mooie ochtendstond


Nu kust, ontwaakt uit duister
vroege ochtend de tere zon
die moeder aarde
nevelige sluier spon.

Zachte bries strijkt door haar kapsel
masseert golven door zilverglans
van zachte zijden draden
die deinen als vreugde dans.

Als tranen van ontroering
hangt dauw in berkenblad,
klinkt door eik en beuk in vervoering
lof in vogelzang gevat.

Jaar rond zonder zorg


Als in lente velden kleuren
met schat van bloemenpracht
vogels zingen in hoge bomen
sterren schijnen in de nacht.

Als de zomer komt met zon,
warmte om stil weg te dromen
genietend geur van drogend gras
zal dan alles anders wezen?

Als herfst bladeren heeft verwaaid
geen beschutting in de kruinen
wind naargeestig tussen bomen huilt
zal dan alles anders wezen?

Als winter alles eentonig kleurt
met stemmig wit over de velden
overal kou en guurheid heerst
zal dan alles anders wezen?

Als het voorjaar daarna weer komt
met vogelzang en blaad’ren aan bomen
dan is alles weer rond
heus ’t zal wel weer goed komen.

Ik schrijf over wat ik geniet


Schrijven of dichten wil ik over schone zaken
waarvan er dagelijks zoveel zijn te zien
niet wat steeds weer met zorg heeft te maken
al is dat op-zijn-tijd ook niet verkeerd misschien

maar kijk eens in het rond naar bloemen en bomen
zie de vlinders, bijen en vogels in hun vlucht
witte wolken zwevend door ’t blauw der lucht
leer eens gewoon in de natuur weg te dromen

zo veel sombere dichters zien moeilijkheden
steeds weer rampen in de toekomst en tegenspoed
voorspellen catastrofes, geven hun gelijk niet op

willen ons met zwaarste argumenten overreden
schrijven hun gedicht met angst, zweet en bloed
of ik niet genoeg sores heb aan mijn kop.

Lichtend spel


Vlammend schijnsel vanaf vroege morgen
over nevel en dauw ontsprongen
in straling en warme gloed

bij je weerspiegelende deining over golven
zit ik dromend te staren op het duin
waar water en licht de einder voedt

en waar in ritme van eeuwige zangen
de getijden naar de kusten voeren
de stem van het verlangen

droom van vele eeuwen een lokkende roep

tot het licht ook nu in vlammend schijnsel
langzaam dooft achter de horizon
in schittering van vele kleuren

en haar echo keert in golven weerom.

Dr0ef,droef,droevig


Lijkt me wel, kasteelheer te zijn
tussen veilige hoge muren
omgeven door diepe gracht
vanuit het torentje gluren
waar onder het balkon
een schone op mij wacht
terwijl ik luiken sluit voor buren,
de nachtegaal zingt zacht,
open ik voor haar de poort
en zo vriendelijk dat zij lacht
leest men de volgende dag
jonkheer Ridder Lapzwans
in z’n slaap vermoord.

Boulevard


Kijken naar mensen
verstopt achter pul
omhult door nevel
tussen sparerib.

Genot van´t leven
met eindeloos gemak
op terras in fauteuil
klagen over-gewicht.

Vrij zicht over zee
jongens van Jan de Wit
klachten over gebak
omdat er kersenpit in zit.

Geschonken woorden


Ik vraag U Heer schenk mij de juiste woorden
waarmee ik een lied mag schrijven tot Uw eer
en U loven mag elke dag telkens weer
in vrolijke en vloeiende akkoorden

laat mij in dat lied Uw grote daden loven
Uw zegen die U op ons uitstort elke dag
U liefde prijzen bij voor- maar ook tegenslag
getuige zijn met hen die in U geloven.

Ik breng U mijn dank voor al Uw geduld
dat U wilt horen met toegenegen oren
en waar U wilt al mijn wensen vervuld

daar wil ik zingen samen met blijde koren
het lied met woorden die U mij hebt gegeven
als bewijs dat U mijn leider bent in dit leven.

Eeuwig licht en warmte

Heer op aarde hoef ik als ster niet te stralen
laat mij liever maar een heel klein kaarsje zijn
één die in niet valt bij Uw grote zonneschijn
laat mij mijn geringe warmte bij U halen

ik wil dan branden in een donkere hoek
met mijn vlammetje verspreiden ‘t zwakke licht
geef dat dan die schijn op woorden is gericht
die van Uw liefde vertellen in Uw boek

laat mijn zwakke schijnsel in duistere nacht
vele mensen leiden op Uw geëffend pad
naar het eeuwig licht dat daar op ons wacht

Heer, daar houdt Uzelf ons bij de hand gevat
daar is geen kleine of grote kaars meer nodig
Uw licht en warmte maakt alles overbodig.

Hoop door ’t lege graf

Gesloten is ons graf met aard of steen
symbolisch eind van ’t aardse leven
in duisternis gehuld eenzaam, alleen,
zoals wij waren, in de dood gebleven.

Zie nu het lege, open graf vol licht
dat met een straal van hoop omhult de mens
vergeving in genade heeftt verricht
door liefde met ontferming zo intens.

’t Geopend graf heeft ‘t kwade overwonnen,
geeft zekerheid, ‘t aardse graf blijft dicht
ons lichaam door de satan hier geronnen
zal sterven maar de ziel zal stijgen in ’t licht.

Zo sluit met aarde ‘t graf, toch blijft het open
door ‘t lege graf mag ieder mens nog hopen.

Blue gospelband

Droefheid kent de wereld meer dan genoeg
door rampen, ongelukken of oorlogen
catastrofes, mensen die tegen elkaar betogen
of hun verdriet verdrinken in de kroeg

zich voortslepen met pijn in hun ogen
soms nog maar één uitweg meer zien
vluchten naar zijde door niemand voorzien
of klemmen aan strohalm in onvermogen.

Maar zon schijnt ook op droeve aarde
en zal ook weer natte gronden drogen
warmte geeft leven weer nieuwe waarde

vijanden eens naar vrienden omgebogen
kunnen slechts winnen in eigenwaarde
dan ziet men dat de hoop niet is vervlogen.

Levensbron

Wijs mij begin van schepping of evolutie
waar of hoe het leven begon
de eerste plek van elke levensbron
met ander bewijs dan enkel intuïtie.

Uit welk dood element kan leven ontstaan
ontwikkelen tot energie en intelligentie
uitbarsten vanuit het niets tot explosie
wat leidt de vorm tot hoger vanaf onderaan.

Geen bewijs is voor theorieën te voeren
als verklaring voor het aards bestaan
al zal het nog lang de wetenschap roeren

en steeds de mensen hierin verder gaan,
blijf ik toch in de schepping geloven
en de Goddelijke leiding van hierboven

Wissel van nacht en dag

Met slapend dichte ogen droom ik ’t beeld van jou
je pracht’ge slanke frêle lijnen tegen ’t licht
geniet ik pose van je dans in ’t hemelsblauw
je bent een visioen, een droom, een schoon gedicht.

O zag ik jou bij volle licht der zonneschijn
zoals de nacht je schets in al mijn stoutste dromen
m’n wonderschone fee m’n liefste cherubijn
hoe zou ik ooit aan jouw pracht en praal ontkomen.

Helaas, bij gloren in de vroegste ochtendstond
verdwijnt je beeld in damp als ‘t glanzend morgendauw
gedachten vormen visioenen ‘t etmaal rond
want wat ik daag’lijks zie is enkel ’t beeld van jou.

Des nachts ben jij het licht der dag en rooft mijn slaap
zo wordt mijn dag haast nacht sta ik te kijk als aap.

Mijn levend gedicht

Gedichten zeggen woorden als gefluister
Van wind die mild het ritselend blad beroert,
Begrip van streling, liefdevolle luister,
Bij naderen zacht de ziel en ’t hart ontroert.

Als uitzien over velden groen smaragd
En geeft als spiegelend gladde zee de rust
Of klinkt als vogelzang in boom en struik zo zacht,
Een bruisend deinende branding aan vlakke kust.

Zo luidt jou roep als engelenzang in d’ oren
Jouw lach als echo schalt door berg en dal
Je stem, welluidend genot om aan te horen
Is, als ik ’t zou ontberen, nooit vergeten zal

Jouw woorden zijn als gedichten gefluister
’t Geluk waar ik liefdevol steeds weer naar luister.

De woestijn zal geven

Mens zonder principe of geloof
een dorre woestijn zonderleven
hart koud zonder medeleven
gevoelloos en voor noden doof

dode akker verborgen in een kloof
geen zon kan aren doen rijpen
duister zaad kan vrijuit grijpen
gevrijwaard door kwaad en roof

dorre woestijn draagt vruchten
bloeit als schitterend paradijs
door ’t water van de doop

heeft geen pijn of leed te duchten
drenkt en voedt ons met zijn spijs
sterkt met geloof, liefde en hoop.