Gedachten over ideaal


Laat mijn woorden de steunen zijn
waarop jouw wankel hart kan rusten
jouw geest zijn evenwicht hervindt
en richting voor je eenzaam zwalken
om te komen in vreedzaam huis.

Mijn gedachten zullen roepend zijn
als verdwaald zonder jou in woestijn
gelijk schaduwen zonder vaste vorm
zoals sluiers nevel in ochtendstond
over velden zicht beletten.

Laat dan gedachten en woorden
handen zijn waarmee ik wil boetseren
jouw gelaat en lichaam zo ik je zie
door licht omgeven in pracht en praal
en niet eenzaam maar wij samen.

Geloven is zien over de horizon


Enkel door het vuur gedreven
naar de brandende horizon
steunend en schragend,
torsend lasten van elkaar .

Hen die vermoeid zijn
zullen wij dragen
naar het fel begeerde doel
onze plicht zonder klagen.

De ogen steeds gericht op ’t einder
daar waar hemel aarde raakt
waar geloof ziet over horizon
geluk dat nimmer wordt gestaakt.

Genot van eigen boeket


Heerlijk een daggie in de grond te wroeten
met handen als kolenschoppen zo zwart
voorzichtig bloemetjes op polletjes te planten
zo nu en dan nieuwsgierig worden bekeken
door een dom bologig koeienbeest

ruik je andere geuren dan co2 en uitlaatgas
niet alleen de reuk van rozen valt te bespeuren
maar ook die van vers gespoten koeienplas
één en al groeizaam is hier dan de natuur
maar als je in de winkel kijkt,
is je eigen boeketje toch wel duur.

Poëzietuin


Heb een tuin ontdekt
waarin vogels zingen
nergens is het gras zo groen
en bloeien zoveel bomen
kunnen kleuren warmer wezen.

Nergens is de mens zo gebekt
als in die tuin vol mooie dingen
daar smaken woorden als zoen
zie je schonen tot je komen
en hoor je de mooiste verzen lezen.

Belofte vanuit het verleden


Er is geen weg waar ik niet zoek
tot aan het eind naar zuiver licht
om stilzwijgend daar te dromen
in schaduw van beschuttende bomen

te luisteren naar de stem van wind
te voelen de streling van een hand
door zachte bries getoverd
een woord van een verre vrind

een fluisterstem door bladerdak
een vredige toon die komt van ver
belofte voor toekomst in heden
geschreven vanuit het verleden.

Ochtendwens


In stilte kleur je de horizon
van einder tot einder
in zachte stralende gloed
en kom over velden als wade
brekend duister van de nacht
voor vredige dag.

En boven de kim
stijgt majestueus de zon
begroet door vogelzang
met verwarmende gloed
op kleurende bloemen
als stempel en schrift
van hoogste gebeuren.

Leid dan mijn paden
door dat licht naar het doel
waar ik de rust vind
de diepste vrede voel.

Paradijs


Hoe mooi moet de aarde zijn geweest,
door schoonheid, reinheid en natuur
ontworpen, gevestigd in Gods geest,
als parel of diamant, klaar en puur

Het was alles goed naar ’s Heren wens,
zo ver Hij Zijn schepping overzag,
een schone aard voor dier en mens,
waar ieder in Zijn gunst leven mag

Aarde als fonkelende smaragd,
in hemels licht en glanzend groen,
dag om te werken, voor rust de nacht.
maar wij wilden toch beter doen.

De schone schepping braken we af,
wilden alles beter weten dan God,
luisterden naar satan, listig en laf,
verbanning werd ons onzalig lot.

Toch, mochten we op aarde blijven leven,
schonk Hij ons voedsel in overvloed,
wilde voor ons heil Zijn Geest ons geven,
dat de aard aan ’t Paradijs nog denken doet.

Ontwaken van poëzie


Dikwijls gaan mijn gedachten
verder dan mijn woorden
waar zij in filosofische nachten
niet de stilte doorboorden
van het slapeloze brein
en rusteloos gemoed
dat in weerwil aller schijn
mij voor willekeur behoed

laat mijn geest met tal van zuchten
zoeken naar het juiste woord
wat mijn verzinsels in geruchten
in duister hebben gehoord
dragen naar verlossende morgen
en het bevrijdend ochtendlicht
onbevangen, vrij van zorgen
vertalen in gloedvol gedicht.

Gevolgen van oerzonde


Nog zie ik achter in mijn vaders boomgaard
die ene boom met zijn aanlokkelijk fruit
als pronkstuk van kunstenaar zag hij eruit
met takken door tal van vruchten verzwaard

en met het schoon vooruitzicht dat ons streelde
een rijke oogst van gezondheid en genot
dachten wij nog niet aan het vergank’lijk lot
dat menig mensenkind onze begeerten deelde

want wilden wij oogsten in gewezen tijden
ach wie beschreef dan ons innerlijk lijden
als tussen al dat weelderig groene blad

slechts hier en daar een rottige vrucht nog zat
alleen de huisarts had toen goede tijden
door in heel de buurt diaree te bestrijden.

Niet alleen horen, maar ook zien


Vele van Uw wonderen
zien we steeds elke dag
en elke keer bewonderen
we wat in Uw schepping lag

U laat gewassen groeien
bloemen in kleuren om ons heen
de wind door bomen stoeien
met warrelend blad dooreen

Uw stem klinkt in gefluister
van zacht geslaakte zucht
ontsnapt in nachtelijk duister
aan iemand die tot U vlucht

’s morgens als de dag begint
Uw zon de horizon verlicht
laat dan woorden van een kind
als bede tot U zijn gericht

’s avonds voor de zon weer daalt
duister de aarde weer omringt
warmte van Uw Geest ons omstraalt
horen wij de vogel die nog zingt.

Herfsttegenstellingen


Geen witte bollende zeilen
vriendelijke wollige schapen
zwevend weidend door diep blauw
maar rollend grauwe golven
donkere draken blazen koude adem
spuwen vuur over verdronken land

flets waterig schijnen lichtstralen
zwak pogend herinnering te bewaren
worden door jagende schaduwen gewist
die ’s avonds licht steeds vroeger vervagen
dat ‘s morgens in glanzend triomferen
het blauw beschijnt boven parelend veld.

Jeugdraadsel


Schiderrij van Hans Versfelt

Dromerig staart ze weg
waarover, waarheen
schoonheid bestraald door licht
glans van jeugd
op haar gezicht
haar geheim bewaart
door haar afwezig staren

het is de jeugd
die haar nog onschuld geeft
in stil afwezig zwijgen
nu zij nog die schoonheid heeft
en dromerig staart
waarheen, waarover?

Niet ouwezeuren


Niet meer wandelen
door bossen

genieten
op de hei

hele dagen
de tuin bewerken

gewoon met vrienden
een wandeling
op straat

dat is de leeftijd

maar nog steeds
in gedichten
je aanwezigheid
laten merken.

We zíjn er nog!

Woestijnreis


Er loopt een weg door de woestijn
waar geen schroeiende zon zal schijnen
maar altijd schaduw zal zijn
en dorst gelaafd met zoete wijnen.

Een weg die van oase naar oase gaat
waar men rust onder palmbomen
voedsel vindt in overdaad
en van lange reis zal bekomen.

Daar stromen beken helder water
spoelt men het stof na lange reis
doet men krachten op voor later
verfrist en aangesterkt door spijs.

Eens zullen wij het eind bereiken
van die lange vermoeiende reis
dan zal ons de beloning blijken
in het eeuwig hemels paradijs.

Mijn levenstocht


Lang geleden ben ik een reis begonnen
door vlakke groene rijke velden
waar heldere beken ontsprongen uit bronnen
die van reinheid en onschuld vertelden.
Ook door hoven met lommerrijke lanen
en tuinen in wondere pracht
waar ik mij in een paradijs kon wanen
door geen mens zo bedacht.

Vogels zongen de schoonste zangen
vlinders fladderden kleurrijk rond
naar die plekken gaat nog mijn verlangen
omdat ik daar zo’n vrede vond.
Maar ook over zware wegen ging mijn reis
over hoge bergen en door diepe dalen
weer en wind bracht mij meermaal van de wijs
zag ’s nachts soms geen sterren stralen.

Dan weer ging mijn weg door woestenij
van dor, verzengend heet zand
menigmaal ben ik bijna in razernij
op het verkeerde pad beland.
Nóg ben ik op reis naar dat verre oord
en al valt de weg mij zwaar
ik wordt getrokken door dat ene woord
“Kom bij Mij, Ik ben je middelaar!”.