
Dikwijls gaan mijn gedachten
verder dan mijn woorden
waar zij in filosofische nachten
niet de stilte doorboorden
van het slapeloze brein
en rusteloos gemoed
dat in weerwil aller schijn
mij voor willekeur behoed
laat mijn geest met tal van zuchten
zoeken naar het juiste woord
wat mijn verzinsels in geruchten
in duister hebben gehoord
dragen naar verlossende morgen
en het bevrijdend ochtendlicht
onbevangen, vrij van zorgen
vertalen in gloedvol gedicht.
