In ’t herfstbos denk ik na
Waar ik eens mij laatste rustplaats vind
Daar onder de eiken of de beuken
Of ergens in het vrije veld
Ach, de herfst stemt tot mijmeren
Als geen vogelzang nog klinkt
En door dorre kale takken
Slechts een waterig zonnetje blinkt
Of uit grauwe somber wolken
Tranen parelen door het dorre hout
Toekomst lijkt alleen te richten op de winter
Zal daar ook mijn laatste rustplaats wezen
Onder die serene witte deken
Maar nee, laat die plek nog jaren wachten
Een steen is immers snel genoeg gezet
