Reik gewoon je begrip
sla een arm om iemand heen
dat kan ook zonder woorden
je kunt ook tonen
dat je bent begaan
door uit de spiegel van je hart
vanuit je binnenste te spreken
kijk mensen alleen maar aan
reik gewoon je begrip
Reik gewoon je begrip
sla een arm om iemand heen
dat kan ook zonder woorden
je kunt ook tonen
dat je bent begaan
door uit de spiegel van je hart
vanuit je binnenste te spreken
kijk mensen alleen maar aan
reik gewoon je begrip

Gisteren kwam ik weer langs die bloemenwei
waar wij in het warme voorjaar speelden
en dacht, wat is dat allemaal lang voorbij
ook dat wij samen daar die dropjes deelden.
De tijd gaat in ons leven toch zo razend snel
amper kunnen wij van jeugd nog te spreken
dagen van ons goede doen verdwijnen in een tel
komen we in ouderdom gevuld met gebreken.
Maar jaren is slechts tijd gevuld met leven
als ze ook werkelijk energiek worden benut
’t zij in jong of bij ouderdom is ‘t om ’t even
raak ook niet bij ieder wissewasje in de put.

Over witte serene velden
hoorde ik bronzen klokken
als stemmen van heel ver
over de verstilde landerijen
met boerenhoeven her en der.
Zag het gekrookte riet
langs bevroren water
en de berijpte bomen staan
en besef pas nu veel later
dat ook die tijd is voorbij gegaan.
Sta nu stil op de brug te dromen
starend over ’t kabbelend vlak
wat eenden bijeen op een stam
nog mijmerend over vroeger
en tijd die mij mijn jeugd ontnam.

Mijn muze ik wil je aan mijn zij niet ontberen
Jij bent de inspiratie van stem, mijn lach, mijn zang
Uit jouw stem kan ik steeds weer de woorden leren
Jouw uitstraling en liefde is waar ik naar verlang
Ach, blijf schoonheid in het ritme van mijn gedicht
En schenk ‘t metrum van je melodieuze stem
Zweef door mijn brein als schone vlinder vederlicht
Met jouw ideeën zo lieftallig en adrem
Als vogelzang hoor ik jouw wonderschone lach
Ik zie je figuur als een heldere fontein
Je slanke taille zo ik bij geen vrouw ooit zag
Ja heel mijn leven wil ik enkel bij jou zijn
O schone muze, elke dag dat ik jou bemin
Geeft mijn leven als een zonnestraal weer zin.

Als een strijkstok
bediend door meesterhand
die snaren beroerend
klanken tovert uit een viool
in zuiver bekorend ritme
zo luister ik naar zachte bries
door takken van herfstbomen
kleuren geven feestelijk licht
hier is weer een compositie geboren
voor inspiratie van een gedicht.

Zacht stromen gedachten
Als water tussen oevers
Als een bries door het woud
En voort stroomt de tijd
Als water naar zee
En drijft gedachten
Als in een stroming mee
En dagen voeren
Als op wind gedragen
Of stromend water
In stilte voorbij
Zo kabbelt het leven
Langs eigen weg
En individuele keus.

Duidelijk tekenen schaduwen van bomen
hun leed af tegen het arme zand
als plat gewalste bloemen
water stroomt in brede geulen langs randen
waar dorstende aarde wacht
tot verzonken dorre hei
en wind strijkt over de golvende gele akkers
al spelend met toekomstig vallen
van overvloedig rijpend graan
beierend geven ginds de verre torenklokken
als roep vanuit ver verwijderde oorden
nieuwe tijden van een oud bestaan.

Vanuit de hemel kwam je naar beneden
nam de glans van sterren met je mee
heel die nacht heb ik jou aanbeden
mijn wonderschone herfstfee.
In jouw ogen schijnt licht der sterren
jouw gelaat draagt glans der maan
jouw lichte tred hoor ik van verre
als zacht briesje door bladeren gaan.
Kleuren waarmee jij dagen wil sieren
verraden jouw heerlijk aanwezig zijn
en laten ons verheugd vieren
’t rijpen van druiventrossen voor de wijn.

Vermoeide bladeren zijn gevallen
hebben zich ter aarde gevleid
en door kale takken zingt de wind
een zacht weemoedig herfstlied
herinnering aan warme zomer
een klaaglijke melodie
over tijden die zijn gegaan
als het mijmeren van stille dromer
maar zacht ook klinkt als harpmuziek
een toon van hoopvol verlangen
die tussen slapende bomen door
tot nieuwe geboorte blijft hangen.

Mijn dagen zijn mij kostbaar
Nu mijn uren zacht heengaan
Tijden die ik draag in mijn hart
Vanaf mijn jeugd en kindzijn
Mijmerend tot het heden
Herinneringen uit tijden
Nog niet eens zo’n ver verleden
Als men de tijd in universum telt
Korte tijd is de mens beschoren
In een leven van stille aard
Dikwijls in eenzaamheid verloren
En ergens hangt de hoop
Dat toekomst eeuwig zal duren
Waarin vrede en liefde
Pijn angst en haat doen vergeten.

Het was zo’n groot verdriet
toen ik jou los moest laten
alles viel voor mij in ‘t niet
niemand waar ik mee kon praten.
Met jou verloor ik hier een ziel
een mens, vriend voor het leven,
maar hoe kwetsbaar, hoe fragiel,
het zijn hier is slechts even.
Een ziel hier weggenomen
wat bleef was verdriet en pijn
toch is een Geest teruggekomen
die steeds onze Trooster wil zijn.

Meerdere jaren heb ik afgesloten
nee ik vertel niet hoeveel
’t is te zien aan de kraaienpoten
die vertolken m’n leven als geheel
heel wat dagen heb ik geteld
door al die jaren, al die weken
je staat er van versteld
hoeveel uren er zijn verstreken
jaren heb ik genoten van ’t leven
zag dagen komen en gaan
zou geen seconde weg willen geven
alle zijn herinnering aan m’n bestaan.

Waarom moet men zo sloven
Alsof de wereld vandaag vergaat
Leven doe je maar eenmaal
Vanaf de einder van het verleden
Tot de horizon van de toekomst
En kunnen we dan zeggen
“Ik heb geleefd”
Maar we blijven sloven
Alsof de wereld vandaag vergaat
Vergeten het verleden en elkaar
Vragen niet af hoe ver de toekomst
Nog leven biedt.
Maar wij moeten steeds sloven
Iedereen voor zich
Tot wij de horizon hebben bereikt
Waarom moet men zo sloven
Alsof de wereld vandáág vergaat?

Geniet van riet langs waterkanten
sierlijk wuivend in de wind
golvend met het watervlak
in eenheid die je nergens anders vindt.
Word bekoord door ruisen van de bomen
door het kleurrijk bos in late herfsttij
zie de bladeren traag neerdwarrelen
op de rijk bemoste grond.
Wil de frisheid om mijn hoofd voelen waaien
van de wind die strijkt over het veld
van verre komt en ver zal reizen
en over vele avonturen ons vertelt.

In steeds korter wordend licht der dagen
van het schone kleurende herfstgetij
zoek ik dikwijls antwoord op mijn vragen
waarom nu juist droefheid zo groeit in mij
konden wind en buien mij behagen
genoot ik eens van nevels op de hei
nu is mijn stemming zwaarmoedig dragen
zijn mijn dagen niet van somberen vrij
zie nu af en toe de zon nog rijzen
boven bergen van ellende en pijn
en vraag waar de jaren gebleven zijn
mijn spiegelbeeld zie ik steeds vergrijzen
naar verleden richt zich opnieuw mijn brein
toch mag ik mijn geluk nog dagelijks prijzen.