Nauwelijks merkbaar is het licht
van de dag overgegaan
in duister van de nacht
en achter de wolken
wisselden zon en maan
’t is of de wind zelfs is gaan slapen
zacht in de verte roep van een uil
stille wandelaar door natte straten
ergens blaft een hond hem na
schaarse lantaarns flitsen aan
en laatste rumoer verstomt
de wereld is gereed te gaan slapen.
