Lang geleden (Spencersonnet)


Gedachten doen mij naar ’t ver verleden dromen
herinneringen aan jouw lach en schone jeugd
hoe graag laat ik die tijd weer tot mij komen
en mijmer over lieven minnekozen en deugd.

Doch tijd, d’ illusie van vervlogen vreugd,
heeft ons getekend tot het beeld van heden
dat slechts op verre toekomst zich verheugt
en liever niet meer denkt aan ver verleden.

Toch droom ik hoe ik jou toen heb aanbeden
en raak jou beeltenis uit die tijd niet kwijt
maar jij hebt mijn adoratie toen vertreden
de diepe pijn daarover voel ik nog altijd.

Maar ’t is slechts een zeer vage herinnering
ik heb liefde gevonden die jou ver verving.

Dwalen


Gaande over paden die wij niet kozen
Door vreemde verre streken
Struikelend door onbekend terrein
Naar verre vage horizon
In eindeloos verlangen naar rust
Naar veiligheid en vrede

Zo strompelen we voort
En zijn te verdwaald in eigen leven
Omdat ons de wereld niet stoort
We willen zelf niet streven
Paden effenen en obstakels verwijderen
We wachten slechts af tot ons voor niet

Wordt gegeven.

Levensetude


Niet altijd loopt het leven in akkoorden
Zoals geschreven in de levensetude
Zo zuiver als verwacht mag worden
In klanken en metrum van muziek
Op evenwichtig balans en lijnenspel

Niet alle tonen zijn even puur en zuiver
Niet elke snaar geeft de juiste klank
Als het instrument niet precies is afgestemd
En in welk orkest men zal moeten spelen
Is dikwijls nog de vraag voor velen

Het orkest van het leven kent geen etude.

Volgen van mijn hart


Mijn brein wil schrijven
Wat mijn hart mij zegt
Mijn gevoel niet zal storen
Mij niet van mijn weg doet wijken
En brengt in tuinen van ’t recht
Waar voelzangen mij bekoren

Mijn woorden wil ik voegen
In de ruimte die ik heb
Mij door hart en brein geschonken
Op paden waar ik mijn voetstap zet
Tussen zangen die er klonken
In schoonheid van de vogelkoren.

Schepping of evolutie ?


Ik kan niet geloven
Dat uit ’t pure niets het leven kwam
Op een steenklomp ergens in de ruimte
’t Eerst leven spontaan een vorm aannam
Dat zich vormde tot dier of plant
Laat staan een mens met intelligent verstand

Ontkennen wij een schepping
Zonder enig bewijs
Of levensleiding van boven
Zijn wij toch doelloos op reis
Verdwijnen wij in het niets
Wat wij zelf hebben geschapen.

Vakantie ergernissen en perikelen


Nog één dag dan zit m’n vakantie er op
Eindelijk een eind aan zonnebrand
Aan mieren tussen ’t brood en blaren op m’n kop
En in de slaapzak bakken schurend zand
Ieder dag wandelen, bergie op en bergie af
Op de BBQ elke dag ritueel verbrand eten
Thuis neem je dat niet, dat is zo maf
En op de terugweg zit je weer in de file te zweten

Gelukkig ben ik morgen weer in eigen omgeving
En kom dan weer heerlijk tot zalige rust
Denk dan nog eens na over elke beleving
Dan worden mijn emotie getemperd en gesust
Na enkele dagen ben ik dan weer echt moe
En ben ik weer hard aan vakantie toe.

Niet klagen


Er is zo veel dat wil bepaalt om door te gaan
Niet aan vermoeidheid of onwil toe te geven
Maar positief staan te midden van het leven
En lopen langs zelf gekozen zonnige baan

Vergeet de schaduwzijde van verleden
En ga de toekomst lachend tegemoet
Zie toch wat blijdschap en vrede met je doet
En bouw op vreugde en vriendschap in ’t heden

luister naar Chopins, Brahms of Beethoven
en woorden die zingen een lied binnenin
in noten die zweven het universum te boven

gemoed bedaart vanuit nieuwe zinderende zin
Muzen hebben weer eens opnieuw bewezen
Dat je door rust en geluk het best kan genezen.

Voor een nieuwe dag

Geïnspireerd op beethovens Silencio

Luisteren naar de volle klanken
van een hemels symfonie
zuiverste tonen in ritme en cadans
volmaakte beweging in harmonie
als compositie voor een dans
een gedicht geschreven op noten

een fuga van massale koren
meegesleept in gevoel van componist
en dirigent die reeds in ochtendgloren
de frisheid van de nevel proeven
die iedere dag geest weer voeden
met inspiratie en nieuw licht.

Levensdag


In deinen van golven, in ruisen van riet
In ritme van dans en vogelzangen
Een regelmaat van walsen en lied
En tijden van liefde en verlangen

Een bries die fluisterend door bomen streelt
Een zacht geritsel ergens in de struiken
Een nachtegaal die in de verte zijn liedje kweelt
Tere plantjes die in vroege lente ontluiken

Gedachten ergens op een warme zomerdag
Drijvend met de wind op de wolken
Zoveel tovert op je gezicht een tevreden lach
’t Is moeilijk om het op papier te vertolken.

Glans van schoonheid en liefde


Hoe wonderlijk mooi de wereld
In het licht der liefde
Waarin ik vrijelijk dansen mag
Voelende de schoonheid
Die mij omgeeft in ruimte
En de horizon doet blozen.

Waardevolle woorden?


Ik sta hier als een wilg
Een knotwilg wel te verstaan
Krom weerbarstig en noest

Als rijshout mijn woorden
Gebundeld en op de brandstapel
Verzameld
Gebonden met koorden
Maar niet ontstoken met vuur

Mijn ideeën vergaan
Tot compost
Als mest voor bloemen
Die zij ooit
Zelf wilden zijn.

Het leven vraagt


Is alles al gezegd
wat gezegd moet worden
en alles al gezien
dat ook bestaat
gehoord wat geluid geeft
en van belang is?

Zijn alle liefdes al geleefd
geluk genoten
verdriet afgeschud, vergeten
haat en woede omgezet
in vergeving?

Is er ooit al wérkelijk geleefd?

Genot van lente en zonneschijn


‘k Zie zacht zonlicht kaatsen
over golven van de zee
blinken op het zand der duinen
strelen ’t wuivend gras

in bundels door lover
langs oevers over ’t riet
beschijnen verre vlaktes
tot bosrand in ’t verschiet

‘k Voel binnenin mij
warmte van zonneschijn
bij aanblik van de lente
onder ’t genot van…

een glas wijn.

Eeuwige verlossing


O God, U bent toch zo almachtig
U heerst toch over leven en dood
Of is toch Uw daad niet zo krachtig
En wint van U de angst en nood
Vergeet U liever al ons lijden
Laat ons in alle ellende staan
In plaats dat U voor ons wilt strijden
En wendt Uw gunst bij ons vandaan

O Heer, hoor toch onze klachten
Enkel geuit vanuit ons verdriet
Steun ons, ons ontbreken de krachten
En U bent de enige die dat ziet
Eens ging ook U voor óns door ’t lijden
Ging U tot in de diepste dood
Om in de hel tegen het kwaad te strijden
En verloste ons van eeuwige pijn en nood.