Nevelige herfstmorgen


Nader kwam je over velden als
witte sluier verhullend wat deze dag
weer brengen zou in frêle gedaante
gerezen uit het water als schone nimf.

Gouden glans schijnt over je
golvende haren die strelen wuiven
over vlaktes, vallen als serpentines
in lokken door lommerrijk blad.

In vorderen der morgen baar je
nieuwe gezichten van kleuren en
vormen in schoonheid nieuw leven
van dood om hoop weer te geven.

Genieten van herinneringen


Hoe zou ik ooit kunnen vergeten
dagen die wij toen samen waren
hebben gesproken in ’t licht der zon
lachten tot ver in duistere nachten
vrijden tot volgende ochtend begon
tijden vol jeugd, liefde en dans

samen als verdwaasde lampreien
stoeiend en schaterend door weiden
zorgen waren enkel goed voor morgen
de dag van vandaag was voor ons alleen
horizon werd nergens onderbroken
was ruim vrij en onnoemelijk ver

nu zal ik nooit vergeten de dagen,
die we hier zitten voor ons huis in de zon
mijmerend over gesprekken die we voerden
gisteravond bij het licht van de lamp,
herinneringen van vroegere dagen
toen wij genoten van jeugd, liefde en dans.

Tijden verbergen


Zoveel hebben wij vergeten
is uit ons brein gewist
of willen gewoon niet weten
wat vroeger is beslist

tot wij oude gebouwen betreden
die ons naar ’t verleden brengen
en vragen dan naar de reden
dat wij weinig aan vroeger denken

of wij vinden die foto van een vriend
die wij zolang reeds hebben verloren
die achteraf toch niet heeft verdiend
dat wij niets van ons lieten horen

dan denken wij aan verborgen tijden
die wij bewust of onbewust
uit onze gedachten mijden
te gemakkelijk in slaap hebben gesust

Atlantisch


Was er ooit ’t land
dat Atlantisch heette
waar leven feesten was

is het ooit verzonken
in modderig moeras
van ondeugd en zonden

of is het opgestegen
opgelost in onnoemlijk
universeel geheel

horen wij nog die zangen
in snarenspel der wind
door bomenkruinen.

Herfstavond


Terwijl in bos duister daalt
nevel opstijgt tussen stammen
moeilijk zicht op paden valt
onderscheid niet meer te maken
kleurt door schemerige takken
nog vaag oranje hemel af

naar het westen voegt het licht
als bol van gloed en vuur
in kleuren die weerkaatsen
als lavastroom langs donker woud
die in meanderende lijnen
schoon tafereel tezamen bouwt.

Koffieleuten :)


Gezellig, zo met zo’n kransje
Met een man of tien zo aan de teut
Over ditjes of datjes da’s een kansje
Kletsen bij een lekker bakkie leut

Misschien zo ’s bij elkaar te komen
Wat te lezen uit eigen werk
Of over andere zaken te bomen
Ik graag de koffie behoorlijk sterk.

Blijf zien en horen


Waai over water en velden
over halmen van graan of riet
door de bomen en om rotsen
emotie van lach of verdriet
toon schuilende luwte zelden.

Beweeg als in zachte bries
het tere lover aan de twijgen
in een eenheid met ruimte
en horizon in gloeiende kleur
laat wereldleed nooit zwijgen.

Zoek in de verste uithoeken
verbinding tussen hemel en zee
breng vertroosting van lijden
hoor wat daar de noden zijn
breng ze in woorden mee.

Ontwaken van de dag


In stilte verdwijnt duister
op het veld verspreidt dauw
toont ochtend in schone luister
als sierlijk gesluierde vrouw.

Stilte wordt verbroken uit bomen
moment waarop de dag heeft gewacht
de wereld ontwaakt uit dromen
versierd met parelen en smaragd.

Langs lanen hangen in haar haren
edelstenen in tal van schittering
wind speelt door ‘t riet als op snaren
melodie van pure betovering.

Vlakke velden


Wandelpad gewoon ergens door de weiden
genieten van zon en windvlaag om je hoofd
met rust en kalmte die je jezelf hebt beloofd
om je op nieuwe taken voor te bereiden

neuriënd één of ander wat je hebt gehoord
maar de woorden zou je echt niet meer weten
op jouw leeftijd zijn de hersenen wat versleten
maar toch ben je heus nog niet zo gestoord

’t is een genot daar door ’t veld te wandelen
het bestuderen van de wolken in de lucht
gewoon naar eigen keus en doen te handelen

vrij als vogels die je waarneemt in hun vlucht
met hun kapriolen zwaartekracht ontmantelen
helaas ’t vlakke veld moet wijken en ik zucht.

Aanpassen


Zie verder dan de zomer bladeren reeds kleuren
En ruik al geur van herfst in schemerig woud
Steeds zwakker wordt de zon en sterker de geuren
Nu nadert het jaargetij waar ik zo veel van houd

Gedempt klinken de geluiden door de paden
En zacht ritselt het droge blad in frisse wind
Boom en plant zaaien volop nu hun zaden
Zodat je volgende jaren hun nazaat weer vindt

De tijden der mensen kleuren als het blad
Allen kennen zij hun eigen seizoenen
Vanaf het frisse voorjaarsgroen in blauw gevat
Moet men zich met het grauw der herfst verzoenen.

Brandend water


Waar je lucht en horizon
rood kleurt met je vurige stralen
het zand zilverend schitteren laat
wolken omrand met lila banen
waar tussen meeuwen scheren
als roze bliksemflitsen

en over zee deinen golven
in ritme dat ik niet schrijven kan
trekken even en oneven lijnen
in een spel van vrijheid en wind
geven ruimte aan dromen en fantasie
in gloed dat het water doet branden.

Het volslagen geluk


Het enige volslagen
pure geluk
van de volwassen mens
ligt niet in rijkdom
of ander materialisme

maar is als het geluk
van een vlinder
met zijn schoonheid
de kleurenpracht
en zoete geur
van een boeket
schitterende bloemen

vrij en dartel
als een kind.

Iedere dag opnieuw


Leven van wind,
van lucht en ruimte
zwerven door velden
genieten van natuur.

In wouden ontspannen,
rusten in het zachte mos
zon door de kruinen
ruisende bries door lover.

Luisteren naar vogels,
bewonderen het hert
aanschouwen kleine dieren
ergens op de stille hei.

Gewoon alledaags leven,
weten dat je bent.
In al deze wonderen
liefde van de Schepper herkent.

Canyon-blues


Geef mij de blues ik ben zo down
zing ze dan aan die oude rivier
laat ze klinken door “Old City-town”
over de velden en ook hier
zing droef, kom zing de blues.

Laat horen overal die song
van arbeid en van dwang
ieder die zijn verdriet uit zong
over dagen zwaar en lang
zing droef, kom zing de blues.

Als in de canyon d’ avond valt
licht daar langzaam dooft
nog ‘t gehuil der wolven schalt
is ’t Satch die zachtjes looft
hij zingt droef, hij zingt de blues.

Blindelings


Wijs licht een weg
in duistere schaduw
beschenen
door zonneschijn
een afgrond
langs de rand
van vlakke pad

waarlangs ik
argeloos verder ga
in wankele balans
over strakke koord
geen steun
vindt mijn voet
slechts in vertrouwen
ga ik voort.