Vreemde vogel


Graag zou ik zingen als een nachtegaal
In het licht der sterren en de maan
Maar weet niet vanwaar ik de noten haal
Die ik nergens op papier heb staan

En daar ik ook niet als een merel fluit
Nauwelijks kan krassen als een kraai
Ook zie ik er niet als paradijsvogel ut
En krijs maar wat als een Vlaamsegaai

Misschien ziet men een spotvogel in mij
Die zo maar vals zijn liedje kweelt
Maar een koekoek ben ik niet die het ei
Uit andermans nestjes steelt.