De schepper


Het daag’lijks eten dat mij spijst en voedt
het is gegoten uit het beeld van jou
het vult mijn lichaam met een warme gloed
als zonneschijn in vroege ochtenddauw.

Je lach als paar’len over ’t veld gestrooid
je oogopslag gelijk de hemelboog
mijn schone zanggodin met goud getooid
voor jou vormt de natuur een ereboog.

Jij muze die het leven roept en wekt
uit dorre tijd opnieuw weer doet ontwaken
met kleur en geur de aandacht steeds weer trekt
een ieders oog en hart moet jij toch raken.

Jou wezen ligt zo diep in je aard verborgen,
voor heel de schepping wil je steeds weer zorgen.

Daar doe ik het voor


Wat belast mij toch met werk in huis en tuin
Wat houdt mij af van vrijheid mijner zinnen
Waarvoor gooi ik mijn eigen lusten in puin
Wat kan ik met deze nodeloosheid winnen

Ik aanschouw dan wel de schone bloemenpracht
En leg mij onder veilig dak te slapen
Terwijl ik gaande op mijn laatste schreden wacht
Maar vind tegen dood noch verderf enig wapen

En al peinzend in het laatste avondrood
Stil opziend naar de fonkelende sterren
Leg ik aan Hem al mijn angst en noden bloot
Die mij steeds in Zijn liefde ziet van verre

Dan is mij mijn last uit handen genomen
En kan ik deze nacht weer tot vrede komen.

Geen tijd staat stil


Soms is het of de tijd even stil gaat staan
of er geen toekomst in het verschiet meer is
gevangen door zwaar verdriet of een gemis
en kun je alleen bijna niet verder gaan.

Zwaar en vermoeiend zijn dan de dagen
eenzaam en donker zijn dan de nachten
worden gestuurd door duistere krachten
wij worden belaagd door angstige vragen.

Wat helpt het stil te staan bij al die zorgen
te blijven hangen in ellende en verdriet
terwijl Hij ons in Zijn liefde heeft geborgen

met eeuwige toekomst nog in het verschiet
van wieg tot graf wil Hij ons altijd verzorgen
voert aan Zijn hand ons in de nieuwe morgen.

Tuin vol wonderen


Schoonheid in vorm en kleur aan elke kant
geschenken te kust en te keur uit Uw hand
gaven die U ons biedt zo frêle en teer
laat ons steeds dankbaar zijn daarvoor Heer.

Uw schepping van het leven en de aarde
Uw woord voor ons steeds een vaste waarde
iedere bloem een teken van barmhartigheid
elke bede uit ons hart slechts aan U gewijd

Elke bloem een teken van Uw erbarmen
waarmee U ons neemt in Uw armen
en voor een blij en vreugdevol leven
steeds weer een zee van wonderen wil geven.

Zo lopen wij iedere dag in stil verwonderen
door die tuin door U geschonken vol wonderen.

Helder licht uit het graf


Ik dacht te zien het diepste duister
in holte van ‘t geopend graf
omdat de dood in alle luister
geen enkel lichtpunt toegang gaf.

Hij had ’t graf zelf toegesloten
met steen, verzegeld en bewaakt
en ied’re hoop was uitgesloten
dat ooit een dode weer ontwaakt.

Ik dacht het duister slechts te zien
maar kon m’n ogen niet geloven
daar lag blinkend opgerold stramien
en hoorde engelen de Here loven.

Geen dood bevond zich in dat graf.
Herrezen is Hij, die ons het leven gaf.

Sonnet van het Hooglied

Sonnet van het Hooglied

Zing mijn liefste over liefde en minnen
begeleid door harp en met vrolijke fluit
beeld in bekoorlijke dans je vreugde uit
genieten we van schone klank in zinnen

die samengevoegd in vorm en akkoord
geheel ons hart en gemoed zullen strelen
onze pijnen en verdriet zullen helen
feest voor ieder die van je warmte hoort

maar laat niet te vroeg de lampen doven
opdat de bruidegom de poort niet sluit
u wordt geweerd uit feestzaal en van hoven.

Dans mijn liefste en deel je liefde uit
geef iedere gast van wat je hebt ontvangen
en wacht op je bruidegom in verlangen.

Naar het boek Hooglied en Matteüs 25: 1t/m13

Egbert Jan van der Scheer
02-11-11

Lichtdragers


Reik ons de brandende toorts ontstoken door Uw geest
Opdat wij op aarde Uw licht mogen verspreiden
Uw liefdevol woord in waarheid zullen belijden
Brandend van verlangen naar Uw wederkomstfeest

Laat ons met Uw vuur rond heel de aarde schijnen
Zodat Uw woord overal in gloed wordt gebracht
Geef ons Heer de moed en bovenal Uw grote kracht
Opdat uw wonderen niet in het niets verdwijnen

Heer dat wij dat vuur met onze liefde voeden
Behoedzaam dragen als Uw dierbare gaven
Steeds weer tegen doven zullen behoeden

En met de gloed en warmte ons steeds laven
Ook voor anderen ontsteken Uw helder licht
Uw licht uitschijnen is niet meer dan onze plicht.

Ieder zijn waarde


Ik ben niet beter dan ieder ander, Heer
Maar voor U ben ik ook echt niet minder
Leer mij dat ik ook ieder mens waardeer
Of dat ik door eigen waan niemand hinder

Een ieder is geschapen naar Uw beeld
Elk mens met eigen gestalte en gave
Maar zelf hebben we ons in klassen verdeeld
En houden ons eigen bezit en have

Op Uw hele schepping Heer zijn wij de kroon
De parel en het pronkstuk van Uw hand
Uw aarde gaf U ons als dagelijks loon
Om die te bewerken gaf U ons verstand

Ook mij gaf U mijn deel, niet minder of meer
Waaraan ik weet, ik ben niet minder of beter Heer.

Vergeving voor iedereen


Heer leer ons hen die ons bespotten vergeven
Zo U hen vergaf die U nagelden aan ’t kruis
Leer ons met vijand zoals met vrienden leven
Als elk mens die U wilt ontvangen in Uw huis

Leer ons ieder mens aanvaarden en begrijpen
Wees met ons als dat zo moeilijk voor ons schijnt
Wees de steun waaraan wij ons vast kunnen grijpen
Als verder alle houvast voor ons verdwijnt

Elk mens Heer hebt U naar eigen aard geschapen
Een ieder schiep U naar Uw onvolprezen beeld
U leidt hen als een herder Zijn kudde schapen
Behoedt hen voor het wild gediert dat hen verdeelt

Heer leer ons bidden voor hen die ons belagen
Leer ons Heer ook voor hen vergeving vragen

Dwars door de woestijn


Hoe lang zocht ik naar die bron in de woestijn
Die plek waar schaduwrijke palmen groeien
En naast held’re bron dadelbomen bloeien
Bij blanke fonteinen zal ’t heerlijk rusten zijn

Hoe lang moet ik gaan door brandend hete zon
En aan de einder slechts het troosteloze zicht
Van dorre vlakte in ‘t verblindend zonnelicht
Geen hoop geen leven aan verre horizon

Doch niet heel de aarde bestaat uit enkel nood
Eens zal mijn weg mij naar nieuw leven leiden
Daar ligt de toekomst die vrijwaart van de dood

De oase van vertroosting en bevrijden
Daar loop ik aan de hand die Hij mij bood
En Hij zal mij naar het paradijs geleiden.

Vrede ligt over de horizon


Tot ver over de horizon schijnt ‘t licht
Dat overal liefde en vrede brengt
Zich zonder dat wij vragen tot ons richt
En ons duister met zachte glans vermengt

Een zachte stem die ons noodt te komen
Roepend vanachter verre horizon
Die ons vraagt om niet te blijven dromen
Maar te komen tot de levensbron

Laten we dan gaan in vast vertrouwen
Aan die vertrouwde hand die ons steeds leidt
Aan een nieuwe wereld in vrede bouwen
Steeds in vrede tot elkaars dienstbaarheid bereid

Dan zal eens de hele aarde leefbaar worden
Elk zich met het wapen der liefde omgorden.

Nieuwe aarde


Lieve Heer de keus heeft U ons Zelf gegeven
Te leven met of zonder Uw heilige wetten
Voor ons op aard of voor U naar ’t hoger streven
Maar wij willen de wereld naar eigen hand zetten

Toch is het beter als wij op Uw woord letten
En vragen hoe wij Uw wil steeds kunnen doen
In plaats van ons steeds tegen U te verzetten
En onze tijden in ledigheid te verdoen

Heer, U schiep de aard als paradijs’lijk plantsoen
Met bomen en bloemen in velerlei kleuren
Wij vragen U Heer maak het weer net als toen
Dat U bij Uw wederkomst ook goed kan keuren

Dan heerst over heel de aarde weer Uw glans
En ieder schepsel schenkt U weer een nieuwe kans.

Geliefde kinderen


Waarom wil iedereen meer en beter zijn
En voelt zich boven anderen verheven
Zal nooit fout of ongeluk kunnen vergeven
Maar leeft enkel in eigen verdriet en pijn

De één heeft meer gaven dan de ander
Maar daarom hoeft hij nog niet neer te zien
Voor Één is ieder mens gelijk in aanzien
Al is de één dom en de ander schrander

Ieder mens is gelijk geschapen in ‘t leven
Niemand vormt daarop een uitzondering
Naar Zijn beeld zijn wij gevormd en gebleven

Daarom verdient ieder mens bewondering
Ieder is voor Hem Zijn geliefde kind
Die alleen bij Hem de troost en vrede vindt.

Werk van de Geest


Als zachte bries door kruinen der bomen
En warme tongen van onblusbaar vuur
Bent U tot de mens op aarde gekomen
Geleidt hem van geboorte tot stervensuur.

U geeft hem de gave van ’t zien en horen
De blijdschap en daag’lijkse verwondering
Van bloemenpracht tot zang der vogelkoren
Zo U ooit schiep zonder uitzondering.

O Heilig vuur doe onze harten kloppen
Gedreven door Hem die U gezonden heeft
Dat wij niet onze oren toe zullen stoppen
Maar erkennen dat Hij is opgestaan en leeft.

Laat ons dan telkens weer om vrede bidden
Om die reden kwam U toch in ons midden.

Goden van de liefde


Dat Amor en Eros verbroederen mogen
En samen dragen de toorts van ‘t liefdesvuur
Alsof ze leven in zelfde tijd op zelfde uur
En ieder mens eens leren elkaar gedogen.

Mensen als Venus en Apollo samen gaan
In eensgezindheid het oorlogsvuur bestrijden
De wereld van honger en ellende bevrijden
Tezamen Ares en Mars door liefde verslaan

Hoe droom ik dat ooit die tijd eens zal komen
Gedreven door een Geest die brengt ons vrede
En waarheid wordt die niet zal blijven bij dromen

Een Geest die elk verzet overwint door rede
Reeds hoort men Hem door zachte bries in bomen
Waarmee Hij ook in ’t paradijs de aard beklede