
Wat belast mij toch met werk in huis en tuin
Wat houdt mij af van vrijheid mijner zinnen
Waarvoor gooi ik mijn eigen lusten in puin
Wat kan ik met deze nodeloosheid winnen
Ik aanschouw dan wel de schone bloemenpracht
En leg mij onder veilig dak te slapen
Terwijl ik gaande op mijn laatste schreden wacht
Maar vind tegen dood noch verderf enig wapen
En al peinzend in het laatste avondrood
Stil opziend naar de fonkelende sterren
Leg ik aan Hem al mijn angst en noden bloot
Die mij steeds in Zijn liefde ziet van verre
Dan is mij mijn last uit handen genomen
En kan ik deze nacht weer tot vrede komen.
