Herrijzen


Waar is de mens die heel de schepping op zich neemt
Schoonheid van bloem veld en bomen kan bewaren
Ja niet van natuur of enig leven vervreemd
Steeds opnieuw werkelijke waarde kan ontwaren

De mens die houdt van vlinder bij en vogelzang
Geniet de geluiden in velden en wouden
Verlaat de stad in vlagen van ontspanningsdrang
Kan van heel de ongerepte schepping houden

De wereld weer in schittering van nieuw leven
Nieuwe geboorte en nieuwe bloei rondom
Genot na lange doodse wintertijd gegeven
Waar vind men schoner tijd, waar vind men meer rijkdom.

Dan schudt de natuur weer haar doodskleed af
Staat op als haar schepper eens uit donker graf.

Vredesland


Ons hart nog steeds verkerend in de nacht
nog zoekend naar het stralend zonnelicht
zijn blikken naar de horizon gericht
vanwaar hij daag’lijks zijn heil verwacht.

Dan zullen wij de schone belofte zien
die ons werd gedaan in ’t ver verschiet
dan bloeien bloemen en klinkt het vogellied
dan is de schepping schoner dan voordien.

Dan heerst het zonlicht over alle duister
geen donk’re schaduw bedekt dan nog de dag
geen gevaar zal ons dan nog bedreigen

ons hart zal zich dan vervullen met luister
en iedere dag verblijden over wat ’t zag
nog enkel zich voor de schepper neigen.

Hemelse rijkdom


Met tal van schatten stellen we de hemel voor
Met beelden van goud en tal van diamanten
Een stad omringd met poorten van ivoor
En grote rijkdom te veel om te omvatten.

Gebouwd van saffier en mooiste edelsteen
Een nieuw Jeruzalem als schone bruid
Daar wenden wij onze blikken allen heen
Ontvangt men ons met tamboerijn en fluit

Hoe anders zal het echter kunnen wezen
Als daar geen enkel aardse waarde is
Daar is in ’t licht van ’t hemelwezen
Aan aardse rijkdom geen enkel gemis

Wat zouden wij van die rijkdom nog dromen
Als ’t enkel liefde is waarin wij tot Hem komen.

Gelijk gesteld


De plek waar ik nu vogels hoor zingen
Het licht van de zon zo helder schijnt
De wereld vol vreugd en blijde dingen
Maar toch mijn stemming in teneur kwijnt.

Daar hoor ik stilte na ruwe kreten
Daar heerste angst voor het brute geweld
Daar werden zij van ‘d onschuld verweten
Waarom ook Hij eens werd terecht gesteld.

Hartgrondig vervloekte ik hun daden
Zij waren beesten geen mensen meer
Totdat een stem mij vroeg te beraden,
“Ben jij zoveel beter, ben jij soms meer?”

Ik heb mijn handen gevouwen tot gebed,
Mijzelf daar tussen die beulen gezet.

Ontwakende dageraad


Hoe schoon bij ‘t rijzen van de dageraad
Vormt boven ’t water een deken nevel
En fluistert zachte bries een stil geprevel
Terwijl de wereld traag ontwaken gaat.

De witte wolken in het blauw azuur
Door zon met gouden stralen omrand
Beschijnt ’t veld en bos en ’t blanke strand
Alom genot op ‘t vroege ochtenduur.

Dan hoort men in het bos en dichte riet
De zangen van het vrolijk vogelkoor
Geniet men met volle teugen van dat lied

Dan hoort men tussen alle tonen door
Verscheidenheid van zeer vele klanken
Waarmee zij al vroeg hun schepper danken.

Opnieuw geboren


In ’t ochtendschemer als de kim weer licht
Wordt weer opnieuw een dag geboren
In warme schijn van ’t ochtendgloren
Een compositie als een nieuw gedicht.

De wereld ontwaakt en opent haar ogen
In schoonheid die alle mensen wel raakt
Terwijl de vogelzang ieder vrolijk maakt
En bloemenkleuren de vreugd verhogen.

Gekleed met diamant, saffier en robijn
Ingelegd in tule met parelen bezaaid
Met goud bestrooid door stralende zonneschijn

En velden waarover een zachte adem waait
Schepping iedere dag opnieuw geboren
Waartoe heel het leven weer mag behoren.

Eens breekt het duister


Als beukende golven over stranden tegen rotsen
door stormen opgezweept en voortgestuwd in wilde nacht.
Of koppige bokken welke vurig met elkaar botsen
om elk de gunst te werven van ’t andere geslacht.

Zo zinloos is bloedige strijd die volkeren strijden
met oorlog puur om eigen gewin of roem en macht
en niet trachten door overleg conflicten te mijden
niet zien dat vrede ellende op aarde verzacht.

Het kwaad tiert welig voort de hemel verduistert
geen licht breekt nog het zware donkere wolkendek
geen mens die nog bidt, er is geen God die luistert
men kent geen vertrouwen en heeft aan liefde gebrek.

Toch schijnt op zekere dag aan de horizon het licht
en aan de andere kant opent zich het eeuwig zicht.

Antwoord van een doof God


Ik bad tot God maar Hij sloot Zijn oren
En kende noch oorlog noch verdriet
Zo hoog verheven zag Hij ellende niet
Mijn klacht kon Hij daar ook niet horen.

Voor alle nood sloot Hij de ogen
De mensen bestonden niet voor Hem
Slechts vloek en straf kwam van Zijn stem
Hij kende voor hen geen mededogen.

Vanmorgen antwoordde Hij op mijn gebed
In vogelzang, in wind en ochtendgloren;
“Ik leef en heb de mens op aard gezet

Altijd zal Ik naar zijn klachten horen.
Genade die ik hem schenk zij hem genoeg
Omdat ik hen vanaf hun kindsbeen droeg’

Schepping in liefde gevat


Verlangen reikt verder dan begeren
warmte geeft zoveel meer dan vuur
geen zee die deze diepte kan bevatten
in beken vindt men water nooit zo puur.

Bergen zullen nooit tot deze hoogte stijgen
er kunnen geen dalen zijn die dieper gaan
wouden niet groener of bomen hoger zijn
geen velden begroeit met geler graan.

Wolken kunnen niet sneller zeilen
door blauwe hemelboog als wit legioen
die vredig over aarde gaan door licht
beschenen gelijk hemels visioen.

En dromend wacht ik op terugkeer
van hemels paradijs als feestelijk festoen.

Kerstvrede


Wij hopen iedere jaar op vrede
Die komen zal uit Betlehems stal
Een kind die de wereld redden zal
De Zoon van God doet Zijn intrede.

Hij komt voor armen en voor rijken
De engelen kondigen Hem aan
Hij wisselt Zijn troon voor aards bestaan
Zijn naam zal eeuwig als heerser prijken.

Maar is nu twintig eeuwen nadien
De vrede eindelijk gekeerd op aard?
Of is er iets mis gegaan misschien.

Is wellicht Zijn woord na zo’n tijd verjaard?
Nee God vergeet niet wat Hij belooft
Wij hebben onszelf van vrede beroofd.

Redding uit de woestijn

dor-zibabwe-rico
Ik zocht een pad door dorre droge woestijn
Door schroeiend zand en lange scherpe doren
Maar vond geen plek waar water kon zijn
Door valse schijn en hoop dreigde ik verloren.

Geen druppel water noch een kruimel brood
Om moment van koelte en schaduw smekend
Een ogenblik verlossing uit de angst en nood
De zon onerbarmelijk meedogenloos stekend.

Maar stil leidt mij een zachte troostende hand
Naar heldere koele verfrissende fontein
In rijke tuin met schaduw onder de bomen

Daar is geen kale vlakte brandend zand
Daar staat de dis gereed met brood en wijn
En ieder wordt door Hem genood te komen.

Reisdoel

waar-bloemen-hemelse-paden-sieren
Er is een plek waar wij allen mogen komen
een heerlijke plaats waar wij allen welkom zijn
een plek van schoonheid, licht en louter zonneschijn
daar mogen wij rusten in schaduw van bomen

daar heerst eeuwig warmte van liefde en geluk
worden wij niet geweerd maar welkom geheten
zal het ons nooit ontbreken aan drinken en eten
zijn wij voorgoed gevrijwaard van zorg en druk

op die plek staan de aller schoonste bloemen
langs blinkend gouden paden waar wij lopen
verwonderd zullen wij ons gezegend noemen

straks als wij daar komen gaan de poorten open
van het ons eens beloofde hemels Paradijs
naar die plek waren wij ons levenlang op reis.

Land van vrede

unawatuna-beach-960x960
Als zware dekens drijven wolken langs de lucht
Door wind en storm tot verte voortgedreven
En mijn gedachten vliegen in vogelvlucht
Tot einder mee als boven de aard verheven.

Ik droom van verre stranden in verre landen
Waar eeuwig vriendschap, vreugd en vrijheid is
En eens een ieder in vrede zal belanden
Bevrijd van pijn, ellende, dwang en droefenis.

Geen wolk verduistert daar de stralende zon
Een ieder vindt daar rust aan blinkend gouden zee
Terwijl wij luist’ren naar onze levensbron
Daar voert de wind zachte klank van harpen mee.

En ergens ruist een zachte bries door bomen
Een ieder mens mag hier in vrede komen.

Ochtendgebed

Laat ’s morgens als vogels ontwaken en zingen
mijn  bede tot U opstijgen met hun zang
en wil mij dan ook die ganse dag omringen
samen met de wereld in Uw liefdegang

Voor al mijn levensdagen wil ik U vragen
wilt Gij mij, Heer, veilig leiden in Uw spoor
laat mij toch niet mijn zware lasten dragen
gaat Gij mij toch met Uw grote liefde voor

Het zijn onzekere vragen die wij stellen
maar het antwoord daarop weten wij toch al
want als Gij al onze zonden op zou tellen
komen wij , door schuld, hopeloos ten-val

Maar uit diep ontzag, geloof en overtuiging
beginnen wij de dag met diepe buiging.

Neem mijn twijfel weg


Welke twijfels die om voorrang strijden,
ondanks zo kort geleden zeker weten
nooit Zijn trouw en liefde te vergeten,
zijn het die nu door hart en ziel mij snijden.

Het geloof waarvan ik zoveel heb verwacht
mij altijd een vaste steun heeft gegeven
als sterke rots in branding van mijn leven
geef mij ook nu opnieuw weer hoop en kracht.

Bevestig dat geloof is zeker weten
neem de twijfel en zwakte uit mijn hart en brein
laat mij stil en vol eerbiedig vertrouwen

geen weldaden door U gedaan vergeten
en overtuigd van Uw heil en zegen zijn
om nieuwe hoop op Uw toekomst te bouwen.