Onverklaarbare gevoelens


Vanuit de struiken
voel ik de dreiging
als aan de grond genageld
kom ik niet van de plek.

Ik voel dreigende ogen
als gloeiende kolen
een wezen klaar voor de sprong.

En vanachter brult de dood
als een leeuw.

Maar de wolf bijt in mijn been
en laat niet los.

Dan schijnt de zon
en het pad verlicht
zodat de gloeiende kolen
doven
en de leeuw brult Zijn victorie.

Compositie van de dag


Weer is een nieuwe dag geboren
’s morgens uit moeder zonneschijn
naakt, baarde zij in ochtendgloren
haar boorling onschuldig en rein.

Herauten kondigen de geboorte aan
vanuit de hoogste bomenkruin
verkondigen het glorierijk bestaan
van een wonder tot in menig tuin.

Veel kleurig sieren weer de bloemen
in de velden, in de parken en in weiden
alle vormen, te veel om op te noemen
een schat om door te lopen of te rijden.

Zo loop ik al peinzend door de natuur
verwonderd wie al dit schoons schiep
en behoedde iedere dag van uur tot uur
avonds vouw ik mijn handen en dank die Schepper.

Loop van gedachten


Mijmerend aan oevers
tussen ruisend gekrookt riet
turend naar kabbelende golfjes
denk ik; “Ach,
bestond al dat water
uit kabbelende woordenstroom
begeleidt door muzek
van ruisend riet.”
En zo al dromend
turend naar de schijnbaar
eeuwig voort gejaagde golven
stromen mijn gedachten mee
en vormen een gedicht
dat stroomt met hen mee
naar eeuwig deinende zee.

En zittend op toppen van duinen
zie ik die woorden mengen
in een machtige massa
tot waar aarde en hemel
ineen smelten in onzichtbare lijn.

Door


We gaan wind-op
maar ik gooi
m’n hoofd in de nek
en ga door.

De bomen buigen
takken breken af
bladeren dwarelen
maar ik wil niet buigen
en ga door.

Iemand zegt,
“Ga terug,
de wind is te sterk.”
maar ik ga door.

Eens zal de wind draaien
en gaat de reis voorspoedig
en ga ik door
in luwte van bomen.

Bomen die niet meer buigen
en takken die niet breken
en wij gaan door
tot het einde.

Weet waarvoor je leeft


We luisteren en horen
daarvoor is het leven.

Het leven danst en springt
jeugd is leven en kent geen dood.

Leven is niet eeuwig,
dans en spring en zing.

Loop het pad
het pad voor jouw bestemt.

Loop tot het eind.

Loop het dansend,
zingend en springend.

Dan weet je dat je leeft.

Laatste herinnering


Als ik eens vertrek
en we zien elkaar
op aarde nooit weer
ach, huil dan niet om mij.

Eens zien wij elkaar
aan andere kant
van de horizon
waar elke traan wordt gewist.

Breng mij naar daar
waar niemand vedriet kent,
laat mijn geest vrij zweven
strooi mijn lichaam
uit over aard.

Plaats geen steen
ter mijner gedachtenis
maar herinner mij in je hart.

Plek


Ieder mens is zoekende
naar zichzelf in een notendop.

Ook ik zoek op plekken
waar ik denk dat ik zou kunnen wezen,
of waar het beter is te zijn dan hier.

Ergens zal toch iemand
daar zijn op de plek waar zijn home is.

Sterker, ergens is die plek,
die plek vol rust en vree.

Gespook


Wie kent niet midden in de nacht
de lugubere spookgeluiden
die dan weer luid, dan weer fluisterzacht
de komst van middernacht in te luiden.

Ze sluipen binnen door spleten en kieren
langs muren en plafon onhoorbaar
om plotseling in lach en brul uit te gieren
en hun jammerklachten zijn ontelbaar.

Hun territorium is de nacht
in duister ziet niemand waar ze binnenkomen
ze komen daar waar niemand hen verwacht
vooral dan in diepste dromen.

Maar verdwijnen in angst voor lichtende horizon
sluipen weg door gaten of kieren
en lossen jammerend op door licht van de zon.
Daarna kunnen wij opgelucht bevrijding vieren.

Een mager zwart mens


Ik zag een mens
een mager mens
ik zag een zwart mens
hij kwam uit Afrika.

Ik zag een zwart
mager mens uit Afrika
uit hartje Afrika.

En niemand
wilde hem zien.

Mén vond dat
heel gewoon,
een mager zwart mens
uit hartje Afrika.

Men dacht
hij zijn zorg,
wij de onze.

Ik ben weer
naar Afrika geweest.

Maar nérgens
zag ik nog
dat magere zwarte
hongerige mens.

Iedere dag nieuw geluk


Als ’s ochtends met de vogelkoren
en het nieuwe licht aan de horizon
het nieuw geluk wordt geboren
onder de gloed van gouden zon.

Over smaragdgroen veld bezaait met parelen
en vaag blauwe bossen aan verre kim
onder azuur lucht waar kievieten buitelen
en zwaluwen doorheen scheren als een schim.

Dan lijkt de wereld ’t sprookje van weleer
een paradijs vol vrede en feest
daar ontmoet de mens zijn schepper weer
dan is ’t zoals ooit Gods bedoeling is geweest.

Is dit het paradijs?


Hoe lang heb ik niet nagedacht
terwijl woorden mij ontvloden
vervlogen in ijle lucht in duist’re nacht
tussen wolken die geen weerstand boden.

Ik zag schimmen die weken
als vogels op hun verre vlucht
die op dinosaurussen leken
bloed doorlopen muilen van moordzucht.

Rampen die mijn zinnen wisten
steeds weer steden omgeploegt
kinderen die hun ouders misten
en de draken reageerden vergenoegd.

Zwijnen zijn het die zwelgen in bezit
denken God op fouten te wijzen
rijkdom en macht is hun doelwit
door list en bedrog willen ze gelijk bewijzen.

Eens was de aarde een paradijs
Gods tuin, schoon door vele bloemen
mens en dier brachten Hem eerbewijs
en ieder wilde Hem om Zijn vrede roemen.

Omschrijving van mijn muze


Als een bloem zo teer van kleur
een opengevouwen kelk.
Schoonheid en reinheid
die haar omringt en kust haar wangen.
De gratie waarmee zij beweegt
als een hinde, een ree, een gazel.
Waar zij haar voetstap zet
groeien bloemen van goud,
bomen met bladeren van smaragd
haar mond ademt lauter rozengeur.
Haar zang is schoner dan vogelzang
Rond haar taile een gordel van zirkoon
haar ogen stralen de warmste stralen
heel haar wezen en karakter,
noemt haar naam……. LENTE!

Hulp in duistere nacht


Dikwijls verwens ik de nachten
om hun ondoorgrondelijk duister
om hun geluiden alsof spoken lachten
met een huilend hoongefluister.

Opgesloten in ruimte zonder schaduwen
waar geen mens een hand voor ogen ziet
opgevreten door angst en zenuwen
in een wereld die geen hoop of soelaas meer biedt.

Met blinde ogen tast ik langs de wanden
hopend op opening wijzend naar zon
schijnend op blanke warme stranden
nog steeds in hoop dat ik daar verblijven kon.

Maar de nachten blijven duister
en de ruimte blijft een gesloten cel
’t geluid blijft een dreigend fluister
heel het leven lijkt meer en meer duivelsspel.

En toch!…, Heer komt aan U de overwinning
U geeft ons zekerheid U geeft ons kracht
en eens komen ook wij tot bezinning,
kom ons ook nu te hulp in deze duistere nacht.

Onvoorstelbaar


Heer, begrijpt U niet
wat ik allemaal vragen wil
’t is of U ’t verdriet niet ziet
U blijft op onze bede zo stil.

Ziet U niet onze aardse noden
hoort U niet de jammerklachten
ziet U niet de duizenden doden
of dat wij naar vrede smachten.

Heer, U lijkt zo ver bij ons vandaan
ergens daarboven in Uw hemelrijk
alsof U met ons lot niet bent begaan
maar Heer, geef van Uw liefde blijk.

Verander Heer de machtigen der aarde
zodat zij de juiste keuzes doen
dat Uw wereld wordt zo de schepping baarde
een tuin vol bloemen en vol groen.

Heer nu worden landen verdrukt
en Uw natuur wordt afgebroken
volkeren worden vrijheid en voedsel ontrukt
wanneer wordt de kwade macht doorbroken.

Ach Heer, hoor ons gebed
en leid ons op goede paden
dat elk op Uw geboden let
dat wij Uw naam niet zullen schaden.

Hoop en vrede


Steeds weer is er de hoop
hoop in mij dat het goed is
alle dagen van mijn levensloop
veel geluk en geen gemis.

Die hoop is niet voor mij alleen
ik bid voor allen op deze aarde
voor jong en oud, voor iedereen
niemand is van meer of minder waarde.

Niemand is van neer of minder gewicht
het zij bedelaar, koning of werelleider
ieders taak is op steun en/of hulp gericht
of hij autochtoon is of gastarbeider.

Zo hoop ik dat de wereld mooier wordt
mensen behulpzamer voor elkaar
ieder zich met wapens der liefde omgordt
dan worden vrede en vriendschap waar.