Werkelijke bedoeling van de schepping


Hoe zou de wereld wezen
als er overal vrede heerst
als men nooit over oorlog zou lezen
een aarde waar vriendschap overheerst.

Een wereld zonder haat of jaloezie
waar elk mens ieder ’t zijne gunt
in een gelijk verdeelde economie,
het had allemaal zo mooi gekund.

De schepping biedt zoveel
voor mens en dier en plant
God schiep Zijn aarde als één geheel
de mens Zijn evenbeeld daar op geplant.

Het was een paradijs van rust en vree
het was goed zo Hij het overzag
de mens als rentmeester over dier en vee
en God overzag het met een lach.

Licht van liefde en erbarmen


Licht dat ik overal zie schijnen
licht dat zelfs straalt in de nacht
licht dat nooit zal verdwijnen
licht dat over de horizon naar ons lacht.

Licht dat vertelt van liefde en gena
licht dat het kwade van ons weert
licht dat schijnt voor onze voet waar ik ga
licht dat steeds het juiste pad ons leert.

Helder licht blijf ons ons leven nabij
zodat wij niet op duister pad gaan dwalen
blijf een vaste steun aan onze zij
zodat wij ongehavend het einddoel halen.

O, licht van eindeloos erbarmen
U ziet hoe zondig dat wij zijn
wil toch onze koude hart verwarmen
voedt ons kille hart met brood en wijn

Wereldtoekomst


Leven wil ik niet voor glitter en glorie
ik hoef niet altijd “haantje-de-voorste”zijn
mijn haan kraait ook al is ’t geen victorie
voor mij bestaat geluk niet uit schone schijn.

Leven is voor mij rust, vriendschap en vrede
samenleving van mensen die elkaar verstaan
mensen die elkander niet haten zonder rede
maar als het moet voor elkaar door vuur zullen gaan.

Dan zie ik een wereld waarin iedereen is te vertrouwen
zonder wereldleiders enkel uit op roem en macht
wereldmachten waarop ieder mens kan bouwen
eindelijk een wereld waar ieder mens op wacht.

Toch


Zo nu en dan
waait een nieuwe bries
door de beslotenheid
van mijn innerlijk.
Wakkert weer mijn geest
en hartstocht op
doet weer het vuur
in mijn brein oplaaien
en wijst mij de weg
naar het doel waarheen
ik moet gaan.

Dan besef ik
dat achter gindse horizon
het licht schijnt
waarnaar ik steeds
meer en meer verlang.
Naar die rust aan dat strand
langs die glazen zee.

Zijn rentmeesters


De sterren hebben gestraald
de maan is ter ruste gegaan
de zon heeft ons uit huis gehaald
gewekt door ’t kraaien van de haan.

De nieuwe dag straalt ons toe
ingeluid door vogelkoren
vol beloftes, nooit lovensmoe
dankbaar dat wij tot Zijn schepping horen.

Een aarde vol schoon voor ons geschapen
en wij daar geplaatst als scheppingskroon
Hij schonk ons de liefde als wapen
en wij, Zijn rentmeesters, vinden dat zo gewoon.

’t Laat me koud


Nee, ik houd niet zo van literaire schrijvers
van woorden door geen mens begrepen
mijn versjes zijn waarschijnlijk geen blijvers
van hetgeen ik schrijf kan men het meeste strepen.

Nee, ik schrijf geen literaire woorden
geen hoog dravende zinnen
en met klankrijke schone akkoorden
zou ik niet weten wat ik moet beginnen.

Maar laat mij stoeien met begrijpelijke taal
zodat geen lezer zijn of haar hersenen hoeft kraken
en voor de rest denk ik; “Ach, barst ook allemaal!
Met kritiek zul je mij toch niet raken.”