Antwoordend God


Ik bad een god, die d’ oren sloot voor lijden
Verdriet op aarde ongehoord niet kende
Van oorlog en geweld zijn oog afwendde
De mens alleen zijn eigen strijd liet strijden.

Een god die in de nood de ogen sloot
De mensen overliet aan eigen lot
En hield de hemelpoort voor hen op slot
Of hij van straf en tucht alleen genoot.

Vanmorgen antwoordde Hij op gebed
In vogelzang, in wind en ochtendgloed,
“Ik leef en heb de mens op aard gezet.

Ik red uit alle verdriet en tegenspoed.
Genade die Ik je schenk zij je genoeg
Omdat Ik jou vanaf je kindsbeen droeg.”

Van dag tot dag


Jaren waren nog jaren
dagen slechts een zuchtje wind
waarop ik mijn dromen liet varen
illusies en waarheid van een kind.

De toekomst nog zo ver
daar werd nog niet aan gedacht
de oudedag nog mijlenver
die werd nog lang niet verwacht.

Ik leefde vrij in vlakke velden
en meed angstvallig wereldstad en metropool
buiten mijn geboorte grond kwam ik zelden
maar ging wel in de stad op school.

Vraagt men mij nu, waar blijft de tijd
blijf ik het antwoord schuldig
ach men raakt de tel kwijt
dus wacht ik maar geduldig.

Mooiste moment van de dag

Iedere ochtend onthult schoonheid van schemering
de aarde nog in nevel gehuld
bomen in douw versiert met schittering
een tule van zilver door zonnestralen reeds verguld.

Als van smaragd, robijn of zirkoon,
en in de kruinen begint een vogelkoor
met zang zo kunstig zo schoon.
Begin van een dag zo’n blij gehoor.

Flarden van nevel bedekken nog de aarde
over ruime velden of akkers met graan
alsof de wereld nog iets van zijn schoonheid bewaarde
nog iets van de sprookjes die nog steeds bestaan.

Op deze vredige ochtend kent de dag nog rust
voor de zon de temperatuur doet stijgen
de wereld door afgunst en hebzucht belust
in jagen en jachten de rust bedreigen.