
Laten we het menselijk hart
niet laten wezen
als het hart van de winter.
IJskoud, kleurloos en stil!
Maar als het hart van de zomer.
Warm, vol bloemen
en vogelzang.

Laten we het menselijk hart
niet laten wezen
als het hart van de winter.
IJskoud, kleurloos en stil!
Maar als het hart van de zomer.
Warm, vol bloemen
en vogelzang.

Stil zijn de bossen
kaal de kruinen
bomen bedekt met mossen
geen bloem nog in tuinen.
En door het dorre hout
strijkt een bries
als over snaren
een melodie
die over ’t leven rouwt
alsof de natuur
nooit weer zal baren.
Maar elke tak
iedere twijg
bewaart toekomst
om eens ’t leven
in alle schoonheid
weer te geven.
Maar eerst komt rust
winterslaap
voor natuur en dieren
om daarna uitgerust de aarde
met kleur en dieren
weer opnieuw
te versieren.

Ik draag geen last
die is mij afgenomen.
Ik draag geen juk
die heeft Hij op zich genomen.
Mijn schuld wast Hij weg
mijn zonden maakt Hij wit.
Als ik afdwaal
haalt Hij mij terug
en draagt mij op Zijn schouders.
Het enige wat Hij vraagt
is geloof, dank en vertrouwen.
En haalt mij naar Zijn Vaderhuis.

De aarde draait,
maar antwoord mij,
hoe komt het,
dat de aarde draait.
Hoe komt het
dat er leven is.
Weet iemand hoe dat komt?
Niemand weet het antwoord
en niemand zal ooit weten.
Het is zo “eenvoudig”
leven is leven
en dat is zo iedere dag
en nog nooit heeft iemand geantwoord.
Elke dag zijn eigen zorgen
elke dag zijn eigen ritueel
“Gisteren was ik,
vandaag ben ik
en morgen…..?”

De lucht was grauw
en stil de straten
slechts een enkeling
haastte zich naar huis.
De kraag hoog op,
handen in de zak gestoken
de blik op oneindig
geen groet, hooguit een grauw.
Hoe anders als de zon straalt
aan een helder blauwe lucht
dan heeft ieder mens tijd
voor een groet of praatje.
Dan zijn de straten weer bevolkt
en zie je geen chagrijnig gezicht
niemand meer de blik op oneindig
het oog veel meer op lach gericht.

Lach, lach vandaag,
lach de lach,
die jij alleen kan lachen
die lach,
die elk mens verblijdt
zelfs de zon doet schijnen.
Lach, je lach brengt vreugde
voor ieder die hem hoort,
al heb je zelf pijn
al heb je zelf verdriet
lach steeds je vrolijke lach
zonder ken ik je niet.
Lach in een wereld vol ellende
laat ieder weten dat je leeft
lach zoals de wereld jou altijd kende,
de mens die ieder warmte geeft.
Lach de lach die jij kan lachen
jouw gulle lach geeft dat de wereld,
elke keer een sprankje moed weer heeft.

Vandaag ben ik langs het water gelopen
en heb van wind en wuivend riet genoten
langs bermen waren wilgen opgeschoten
daar achter lag de horizon wijds en open.
Een panorama vol smaragd en robijn
doorzeeft met held’re gouden zonnestralen
als ladders waar engelen op en af dalen
zo kan dus de aard nog paradijslijk zijn.
En verder loop ik langs water en door bos
genietend van uitgestrekte groene wei
even voel je je van druk en zorgen los
wat is mooier dan zwerven langs bos en hei.
Geniet van vogels en wolken in de lucht
gooi alle sores van je af met een zucht.

Bij hemelse verkiezingen
zou God noch links, noch rechts stemmen
en ook niet in het midden
Hij zou enkel stemmen
op mensen die om vrede bidden.

Zie langs de horizon gouden ochtendgloed
en witte voile bedekt smaragd groen veld
zo wordt de dag na donkere nacht begroet
door deze wonderen staat de mens versteld.
Vanaf mijn eigen plek zie ik het leven aan
in de ochtend begroet ik de rijzende zon
die heel de dag aan blauwe lucht zal staan
en ik geniet zijn warmte op mijn balkon.
Zo is elke dag opnieuw een scheppingsdag
vol bloemen en vogels als in ’t paradijs
één van de dagen dat men genieten mag
van alle goede giften van drank en spijs.
’s Avonds kleurt de horizon weer in gloed
de dag neemt afscheid met een kleur als bloed.

Wat bleef van dromen die ik droomde
over vrede die de volkeren bond
verdwenen is die tijd die ik vedroomde
liefde bleef weg alsof ze nooit bestond.
De wereld draait in chaos en in oorlog
dromen spatten als zeepbellen uiteen
vekiezingsbeloften bestaan uit bedrog
zachte woorden blijken achteraf van steen.
Wat blijft over van mijn vredesdromen
geluk en voorspoed voor ieder op aard
in welke tijden zullen ze uit komen
wat blijft er nog voor onze kinderen bewaard.
Toch blijf ik mijn dromen nog steeds dromen
wat blijft zonder droom van leven nog terecht
ééns zal alles hier op aarde nog terecht komen
in deze belofte, eens gedaan, geloof ik echt.

Zo stil reeds was de tijd mij gepasseerd
slechts met kleine tikjes
en in de verte het beieren van een carillon
daar tussen de leegte van het moment
en het gedaver van raketten,
tegenhang van veiligheid en gevaar.
En steeds ging de tijd zijn eigen gang
steeds door met kleine tikjes
ik luisterde naar de stilte van het moment,
wilde de stem van het carillon niet horen
alleen het gedaver van bommen en raketten
scheen de levenslijn nog te wijzen.
Maar toch gaat nog de tijd steeds door
met eigen kleine tikjes
het verre beieren van het carillon
de stlle leegten van het moment
en helaas, daveren van bommen en raketten
op een mensenleven minder of meer
schijnt men nu niet meer op te letten.