Rollen maar

Senior citizens walking through the park with walking aid, elderly concept

Fluitend loop ik door de lanen
uit volle borst zingend over straat
dansend langs beuken en plantanen
weet met m’n vrijheid bijna geen raad.

Vrolijk groetend alle mensen
alle meisjes spreek ik aan
wat zou ik mij een beter leven wensen
dan dit vrolijk vrijbuiterbestaan.

Nog steeds lacht mij de toekomst toe
al is mijn beweging niet meer zo soepel
wordt ik van afstand lopen eerder moe
en lijkt mijn rug af en toe een hoepel.

Gelukkig zijn er genoeg hulpmiddelen
tegen humeur somber en dor
alle chagrijn en ellende overvleugelen
ik red me prima met m’n rollator.

Iedere dag opnieuw


Iedere morgen opnieuw
bewonder ik de wijde horizon
de smaragd groene velden.

Iedere dag adem ik weer
de frisse ochtend geuren
van weide en bloemen.

Iedere ochtendstond geniet ik
van de witte schapen
grazend in het Pruisisch blauw.

Iedere nieuwe dag rijst
voor of achter de wolken
de nieuwe warmte bron.

En iedere dag opnieuw
geniet ik weer van het leven
dat mag, want ik ben tachtig.

Net zo’n kat


Mijn hart krimpt nadat jij bent verdwenen
en ook al zoek ik mij ’t apenzuur
volgens mij nam jij voorgoed de benen
en beslist niet voor onbeperkte duur.

Nu zit ik hier eenzaam op m’n bank
maar waar is waar, ik weet, ik ben je kwijt
wat helpt ’t als ik in m’n ééntje jank
’t is zo ’t is, en da’s een nuchter feit.

Nu maar weer dapper op zoek dan maar
d’r lopen er op deze wereld nog zat
en ook wel één die me zint, da’s waar
waarschijnlijk is dat ook niet als jij, zo’n kat.

Elke tijd zijn eigen tijd


Ik denk zo dikwijls
dat ik nog jong ben
een jaar of achtien
twintig misschien.

Maar achterom ziend
zijn jaren steeds sneller gegaan
waren uren slechts tellen
seconden bestonden nog niet.

En wachten op toekomst
kan uren, ja jaren, nog duren
men vraagt zich af,
kent tijd wel grens.

Toch blijven jaren nog jaren
gaat van uren geen seconde af
maar als alle tijd is verstreken
breken ook jaren, uren, seconden af.

Mijn liefdesdroom

Asia Beautiful young girl sitting on the stone in water fall

Laat mij je charme en gratie beleven
klanken vol leven en fantasie
liefde die alleen jij kunt geven
die ik alleen in de ogen van jou zie.

Voer mij mee in jouw schone klanken
de fibratie van jouw wonder schone stem
nooit zal ik jou daarvoor kunnen danken
jouw woorden vol warmte zo adrem.

Jouw kan ik alleen bezien in stille adoratie
tussen perken met lely’s en rozen
jij vervult mijn brein steeds met nieuwe concentratie
voor elk beeld heb ik alleen jou gekozen.

Kom, vlieg met mij naar warme landen
waar wij hand in hand
onder wuivende palmen stranden.

Levensbundeling


Stap voor stap het leven door
zoekend naar geluk en evenwicht
soms vraag je, waar doe ik ’t voor
maar toch steeds komt weer ’t licht.

Een etmaal bestaat uit licht en donker
alles in ’t licht kent schaduwzijde
iedere duistere nacht, toont stergeflonker
voor- en nadeel tekent beide.

Toch is ’t leven één aaneen gesloten keten
van wisseling tussen donker en licht
evenwicht tussen hoop en zeker weten
onbegrepen klanken of een mooi gedicht.

Fatamorgana-oase


Dwars door dorre stoffige vlakte
door een woestijn van gloeiend zand
zoek ik naar verkoelende oase
hopeloos bijna beroofd van verstand.

Vind geen schaduw om te rusten
slechts een fatamorgana aan ’t verschiet
spiegelbeeld van waan en zelfbedroog
zelfs enig voedsel vind ik niet.

Uiteindelijk valt mijn oog op rijke oase
met palmbomen en spuitende fontein
maar ik keer terug op mijn schreden
het zal wel weer een drogspiegel zijn.

Zo meed ik bewust mijn enige redding,
ben doelloos de woestijn weer ingegaan
keerde mij af van hoop en horizon
en kwam alleen voor zorg en moeite staan.

Toen, in die eindeloze zandzee
ontmoette ik een vreemde man
Hij riep mijn naam en nam mij mee
terug naar die rijk gevulde oase.

Hij liet mij water drinken uit zilveren fonteinen
en wees mij rustige schaduwrijke plaats
daar voedde Hij mij met brood en hemelse spijzen
daarna kon ik weer gesterkt voorwaarts gaan.

Herfstblad


Als een herfstblad
draai ik met winden
over velden en door bossen
zwaaiend en zwierend
genietend van ’t leven.

Onder kleurrijke bomen,
grauwe luchten,
of waterige zon
tussen veelkleurige soortgenoten
en lig soms even te dromen
waar geen winden mij stuwen.

Ik droom over ’t verleden
toen ik gekleed was in groen
of in geel op de akkers
de toekomst oneindig.

Maar nog zwierend als herfstblad
dansend over de velden
daal ik, als de wind mij niet stuwt,
ergens op een luwe plek
even als mijn soortgenoten.

De wereld is mooi


Wat zijn er veel dingen
waar je blij van wordt
alleen al als vogels zingen
komt men niets tekort.

Dan zijn er nog vele kleuren
van bloemen om ons heen
verspreiden heerlijke geuren
vlinders vliegen er omheen.

Er klinkt een kinderlach
onverdroten, onverholen
het is een zonnige dag
een paar reëen tonen hun capriolen.

Als je ’t wil zien is de wereld zo mooi
vol kinderlach en vogelzang
bloemen en vlinders in schone tooi
lach en dans, je hele leven lang.

Hoor


Hoor de vele woorden uit verleden
woorden die getuigen van liefde en vree
misschien brengen die woorden in ’t heden
verlangen naar vrede met zich mee.

Hoor die woorden en draag ze in je hart
verbreid ze tussen alle mensen
verdrijf hiermee alle angst, pijn en smart
en geef hen hoop bij alle wensen.

Eens zullen die woorden de overwinning zijn
de overwinning over duistere machten
die bedreigen de mensen met pijn en venijn
die woorden zullen alle pijnen verzachten.

Ik heb die woorden gehoord
en getracht er naar te leven
maar lang niet altijd heb ik mij er aan gestoord
ik hoop slechts dat ik word vergeven.

Genieten en stil zijn


Al kan ik niet zingen als merel of nachtegaal
toch voel ik mij vrij als een vogel in de lucht
nee ik ben geen zangvogel ook niet muziekaal
bij die wetenschap leg ik mij neer met een zucht.

Och, ‘k zal heus wel een keer leren zingen
maar een hoogvlieger wordt ik beslist nooit
dus zal ik op vogelzang moeten swingen
want zonder zwier en dans is ’t leven onvoltooid.

Voor muziek de vogels, kleur en geur de bloemen
helder water in zacht meanderende beek
nee, gelukkig behoef ik niet op mijn zang te roemen
als ik ga zingen raakt heel de natuur van streek.

Voor jou, maar ook voor mij


Ik bid voor jou,
dat je gezond mag zijn.

Ik bid voor jou,
dat je in vrede mag leven.

Ik bid voor jou,
dat je het geluk mag vinden.

Ik bid voor jou,
dat je de liefde kent.

Ik bid voor jou,
dat je nergens van tekort komt.

Ik bid voor jou,
dat je tevreden bent.

Het enige wat ik vraag,
bid ook voor mij.

Op zomaar zomeravond


Deze zomer zat ik zo maar wat te dommelen op terras
zat te dromen over zaken uit verleden tijd
zat te wikken en wegen wat beter of slechter was
en waarom nu alle ellende, oorlog en strijd.

De tuin waar ik zat ademde juist zo’n vree en lust
ach, waarom was ook heel de wereld niet zo
immers de aarde was geschapen als paradijs van rust
en als resterend bewijs zong een merel zijn credo.

Ach, kleine vogel met je wonderlijk mooie lied
die zang getuigt van onbevagnenheid en vrijheid
wij luisteren maar dikwijls begrijpen we jou niet
maar iedere dag zing jij van ochtend tot avondtijd.

Zo zit ik al mijmerend op mijn terras
genietend van avondrust en vogelzang
herrinnerend hoe het vroeger was
zo lang al weer geleden, ach hoe lang.

Blijft wie schrijft?


Op een dag zal ik niet meer schrijven
op een dag kent niemand mij meer
ach, ook wie schrijft zal niet eewig blijven
op een dag leg ook ik het bijltje er bij neer.

Tja, de meeste aardappelen heb ik gegeten
en al vind ik het leven nog maar kort
voor tachtig jaar is ’t al begonnen moet je weten
en ik geloof beslist niet dat ik honderd word.

Maar over mijn levensduur mag ik niet klagen
tachtig jaar, wie doet mij dat na
ouderdoms gebreken moet men lijdzaam dragen
niet knerpen zolang ik met twee voeten op aarde sta.

Nee ik kan alleen Hem nog maar dankbaar wezen
Die mij tot nu tachtig jaar geholpen heeft
steeds weer troostte als er moeilijkheden rezen
schiep en zorgt voor alles wat op aarde leeft.

Herfstimpressie


Reeds ontwaakte deze morgen
met stralende zonneschijn
belofte voor een dag zonder zorgen
in een seizoen vol kleur, druiven en wijn.

Herfst toont zich in haar feestkledij
met hier en daar nog zachte tonen uit het lover
langs een laan statige populieren in een rij
dit jaargetij geeft schoonheid tenover.

Misschien zo nu en dan een zwaar wolkendek
maar even later een waterig zonnetje
hoog in de lucht ziet men de vogeltrek
en ik geniet op mijn balkonnetje.

Heel in de verte hoort men het burlen van een hert
hoe herfstig wil men het nog meer verlangen
in gedachten zie ik sint Hubert
en het hert met het kruis tussen zijn stangen.