
Iedere ochtend onthult schoonheid van schemering
de aarde nog in nevel gehuld
bomen in douw versiert met schittering
een tule van zilver door zonnestralen reeds verguld.
Als van smaragd, robijn of zirkoon,
en in de kruinen begint een vogelkoor
met zang zo kunstig zo schoon.
Begin van een dag zo’n blij gehoor.
Flarden van nevel bedekken nog de aarde
over ruime velden of akkers met graan
alsof de wereld nog iets van zijn schoonheid bewaarde
nog iets van de sprookjes die nog steeds bestaan.
Op deze vredige ochtend kent de dag nog rust
voor de zon de temperatuur doet stijgen
de wereld door afgunst en hebzucht belust
in jagen en jachten de rust bedreigen.
