Ergens, op grens van hemel en aarde
daar waar het zicht zijn einder vindt
over dat punt wil ik reizen naar dat land
eindeloos ver onder wolkeloze lucht
waar zelfs nachten helder stralen
iedere morgen weer nieuwe zon begroet
daar waar woord en daad vrede brengen
liefde, broederschap, saamhorigheid,
volkeren zich allemaal tezamen mengen
tot ieders dienst en hulp elkaar bereid
dan zullen er tussen aarde en hemel
geen eindeloze grenzen meer bestaan.
Illustration of Flying Bumblebee Species Bombus Terrestris Common Name Buff-Tailed Bumblebee or Large Earth Bumblebee on White Background
Een Gröninger in ’t lând Bommel
was stok’n deur een beste hommel
d’r is ain bezwoar
ik zegge nait woar
ie zolt joen rot lachen, wel drommel.
Een bont hondje, hij heette echt Fik,
kreeg van zijn baasje een flinke tik
hij kon wel janken
zonder bedanken
en dacht, krijg voor mijn part nou de hik.
Nergens warmer haard dan in eigen huis
al is het ergens anders nog zo gezellig
heerlijk bij het knetterend vuur
de benen op tafel genieten bij de buis
onder handbereik een sprankelend glas
rust genieten tot in het late uur
nee nergens is de haard warmer dan in eigen huis.
Blindelings ga ik door de laan der nevelen
Voetstaps tastend naar het pad der wijzen
Ontwaar bomen als mistige schimmen rijzen
Die bedreigend boven mijn hoofd prevelen
Laat mij slechts leiden door mijn intuïtie
Geen vermoeden waar ik ooit stranden zal
Bereik ik de top of kom ik eerder ten val
In wanhoop beraad ik mij op mijn positie
Waar vind ik eens het eind der nevelingen
Een zicht tot de horizon over verre velden
Een land waar geslachten over vertelden
Waar de zon altijd schijnt en vogels zingen.
Zacht ruisen stromen tijd aan ons voorbij
stil zonder werkelijk aandacht vragen
verdwijnen zonder opzien uren, dagen
en voor ons staan nieuwe tijden weer op rij
op de laatste dag komen wij tot bezinning
dat zoveel wat mis is onherroepelijk was
menig wond die wij opliepen nooit genas
onze hartenpijn daar niet voorbij ging.
Nu breken in de toekomst betere tijden aan
veel deuren staan daarvoor voor ons open
van onze goede wensen het beste te hopen
om voor vrede schouder aan schouder te staan.
Zacht ruisen dan stromen vrede aan ons voorbij
en voor ons staan nieuwe tijden weer op rij.
Waar stilte van de nacht zich heeft gepaard
tot versmelting van geluid der zielen
in hoorbaar lichte ochtendstond vielen
een vibratie voor nieuwe dag ontwaard
vrij ontvankelijk licht, de tijd ontmoet
ruime zeeën van komende etmalen
turbulent gebeurtenissen vermalen
waarin zich jaar en eeuw van vuil ontdoet
dag verwijdert het nachtelijk duister
smelt in oase van licht en kleuren
de zwijgzaamheid hervormend in luister
en harten bewerkt tot open deuren
armen weer in warmte om schouders slaat
droevige zielen niet in de koude laat.
Stil is deze dag weer langs getrokken
zonder rumoer of kabaal
dagelijks normaal gebeuren
onder een bleke herfstzon
tussen schone herfstkleuren.
Was het een deel van een droom
een fictie van alleen verlangen
een beeld zo wij graag zien
of realiteit van rust en vrede
in alledaags gewoon stramien.
Laat in werkelijkheid horen
vanuit hart en brein geboren
dat de wereld vol mag zijn
van dagen als deze
in een toekomst zonder pijn.
O Heer bij het eerste ochtendgloren
sprong reeds mijn hart van blijdschap op
toen ik de eerste jubeltoon mocht horen
in machtige bomen van Uw scheppingstop
zong mijn hart mee met die blijde zangen
en dans ik vol vreugde op dat lied
naar Uw wonderen Heer kan ik zo verlangen
prijzend Uw belofte in het verschiet.
Gewoon een rode roos zegt zoveel woorden
een schone bloem ontsproten uit goede grond
geschenk waar hart of gevoel geen uiting vond
maar toch zo menig mens in liefde bekoorden.
Een brug van hart tot hart, jij vormt de band
gesmeed voor liefde, passie vol verlangen
wat geld noch goud nooit één keer kan vervangen
je bent een liefdesgift voor d’ hoge stand
Je bloem een droom, je kleur is als robijn,
in tuinen sta je fleurig boeiend aan struiken
als geurige ruiker in warme zonneschijn
een weldaad in elke hoek je geur te ruiken.
Nogal geprikkeld ben je van je aard
je doornen hebben menig vrijer bezwaard.
Eens werd droom van vele mensen
sprookjes en rijmpjes genoemd
en dichters waren zweverige types
eeuwig tot zeuren verdoemd
dichten heeft nu nieuwe vormen
klinkt zwierig ook al is ’t niet op rijm
hoeft niet gebonden aan normen
kan ook gewoon een verhaaltje zijn
persoonlijk zie ik poëzie als mooie tuin
een vorm van eigen leven
meer een geordende wildernis
niet stijf waar bloemen staan is om ’t even
hoe poëzie zal worden blijft gissen
maar dat er dichters blijven is zeker
mensen die blijven dromen kan niet missen
of ik zal me wel heel erg moeten vergissen.