Pril begin


Velden bestrooid met heldere parelen
doorsneden met stroken van smaragd
geregen met gouden stralen
begroeten de morgen na donkere nacht.

Door de bomen dalen zilveren zuilen
op zacht fluwelen groen tapijt
waar in schaduwen nog geheimen schuilen
van een voorbije wintertijd.

Langs de randen van de horizon
gloeit een lichte roze schijn
van een nieuwe tijd die overwon
dit kan alleen maar lente zijn.

Kenmerkend seizoen


Bedauwd kwam het veld
onder deken mist vandaan
schitterde als zirkonen
aan ieder sprietje gras
in glanzende zonneschijn.

Tussen twijg en kleurig blad
regen snoeren parelen
aan kunstig gesponnen draden
ontworpen door kunstenaar
met bijna onzichtbare lijn.

Een zachte bries is het cachet
als muziek door kalende kruinen
terwijl daar nog ’t laatste blad
ritmisch wiegt als in ballet,
kan dit alleen de herfst zijn.

Voortkabbelend


Geen tijd gaat ongemerkt voorbij
in dagen van jagen en jachten
als een zee met wisselend getij
gaan en komen steeds gedachten

verleden leeft in de herinneringen
als vaststaand alledaags beleven
van gewone en niet gewone dingen
van ontvangen en geven

in stilte wordt de tijd gesleten
onopgemerkt aan ons voorbij
tot plots toekomst laat weten
in een slag keert het tij.

Tijdstilte


Tijd sluipt voort waar
je niet zou verwachten
dat er nog beweging is
stilstaan kent ze niet

men zegt de tijd staat stil
toch draaien de wijzers
van uurwerk dag en nacht
en slijten uren en dagen

gaan wij mee met stromen
als veroudering waarin wij
trachten jeugd te bewaren
die de tijd wil stoppen.

Stille liefde


Als geluiden niet worden gehoord
geen woorden storen in stilte tussen jou en mij
maar samen schoonheid zien in onze ogen
in vibrerende eenvoud van zwijgen
en handen samengevat over tafel in licht
dat schijnt op gezichten weerkaatst in ons oog
die spreken woorden genoeg.

Niet alleen geluk ook verdriet in jaren ervaren
vriendschap of wrok begrip en onbegrip
uiteindelijk comprimerend onze grenzen
geen scheiding bepalend leven met en voor elkaar
niet sudderend geen stilstand blijven in hoop
dat betere tijden weer zullen keren steeds zijn
voor elkaar ook al valt dat niet mee.

Verleden toekomst


Somber, in marmer op een rij
lange rijen zwijgen zij
wat het leven bracht
kille armoe, vergane macht

namen in goud gegroefd
herinnering, weemoed, bedroefd
bedekt in donkere aard
door hersenschimmen bewaard.

Ik sta in het licht van heden
mijn voetstappen die hun rust betreden
hoor hun droeve klacht
wat het leven hen bracht

vergetelheid uit het verleden
heeft mijn onrustig brein betreden
brengt mij droefenis
zie hier, wat de toekomst is.