
Somber, in marmer op een rij
lange rijen zwijgen zij
wat het leven bracht
kille armoe, vergane macht
namen in goud gegroefd
herinnering, weemoed, bedroefd
bedekt in donkere aard
door hersenschimmen bewaard.
Ik sta in het licht van heden
mijn voetstappen die hun rust betreden
hoor hun droeve klacht
wat het leven hen bracht
vergetelheid uit het verleden
heeft mijn onrustig brein betreden
brengt mij droefenis
zie hier, wat de toekomst is.
