
Ik zat bij een ruisende waterval
met helder sprankelend water
mijmerend over wat ik schrijven zal
genietend van het rustige geklater
verfrissend spatten droppels in het rond
een kleine vogel zong daar zijn lied
een bloemenpracht daar op de grond
geen plek op aarde waar je zo geniet
en langzaam doofde daar het licht,
rode schemering tussen bomen door
en plots als in een gezongen gedicht
mengden zich vele vogels in een koor.
