
Ben ik dat ene stofje
daar ergens in ’t niet
in de dalen
tussen bergen
dat niemand ziet.
Die ene korel zand
in eindeloze woestijn
opgewaaid in storm
tussen regenwoud
en oceaan.
Dat ene spatje water
in briusende rivier
in een waterval
een stroomversnelling
op weg naar zee.
