
Ik wil niet treurig wezen
om voorjaar of zomer
om regen in de herfst
de tijd is voorbij gegaan
van zachte jaargetijden
het frisse groene blad
verblijven in de tuinen
ik geniet van herfstkleur
in bomen langs het pad
typisch geurt stervend herfstblad
over paden waar ik loop
door frisse ochtenddauw
onder fraaie stapelwolken
zwevend door azuren blauw
wacht ik op de winter
sereen in witte gloed
zijn schone stille velden
met tot ijs bevroren water
een landschap zo intens
zuiver puur en groots
weids maar toch niet doods
daarna biedt weer nieuwe lente
zonnewarmte en jong leven aan
zullen in langere dagen
de tuinen in bloei weer staan
ontluiken weer jonge bladeren
aan tal van jonge loot
nee de natuur is nog lang niet dood
in de zomer kleurt weer ’t graan
met haar zachte geel de velden
en graast het vee in alle rust
naast heerlijk geurend hooi
terwijl zon de vakantieganger kust
is het jaar gevormd in regen en zonneschijn
als ‘t leven, wat zou een jaar meer nog zijn?
