
Over witte serene velden
hoorde ik bronzen klokken
als stemmen van heel ver
over de verstilde landerijen
met boerenhoeven her en der.
Zag het gekrookte riet
langs bevroren water
en de berijpte bomen staan
en besef pas nu veel later
dat ook die tijd is voorbij gegaan.
Sta nu stil op de brug te dromen
starend over ’t kabbelend vlak
wat eenden bijeen op een stam
nog mijmerend over vroeger
en tijd die mij mijn jeugd ontnam.
