
De strijd van oog en hart is nu mijn deel
mijn brein verdeeld het beeld van buiten
dat is ‘t verworven onbekend geheel
en onder scherts of zotheid uit te sluiten
Mijn hart wil jou, hij kent je als geen ander
maar ach, mijn oog begeert je telkens meer
zo ben ik zelf mijn eigen tegenstander
en weet ik haast niet wat ik echt begeer
Tot recht en wijsheid heb ik mij gewend
die hebben over deze zaak beraden
helaas is mij de uitslag niet bekend
dus naar het resultaat is ’t eerst nog raden
Ik heb de uitkomst echter al bekeken
jij bent een deel van hart en oog gebleken.
