
Dank, die ik U schuldig ben,
in alle schoon en goede,
waardoor ik alle liefde ken,
geborgen in Uw hoede.
Geef mij de moed, o Heer,
te tonen naar behoren,
dat ik Uw naam waardeer,
reeds in ’t ochtendgloren.
Bij ’t waken van de nieuwe dag,
waarin Uw grootheid schijnt.
En, zo U wilt, op Uw gezag,
angst, moeite en zorg verdwijnt.
O geef mij, Heer, de kracht,
aan U alle liefde te geven.
Door in de geest die U ons bracht,
met dank en lof te leven.
De lof, die wij U schuldig zijn,
genietend van Uw schepping,
in dank voor brood en wijn,
waarin de mens genade ontving.
’t Offer, door U Zelf gebracht.
Verzoening voor deze aarde.
Die begon in Bethlehems nacht,
toen Maria haar zoon baarde.
