Dankbare herinnering en verwachtingen


Een lente vol bloesems en vol bloei
met jong leven overal in groene
malse weiden met tooi van kleuren
en belofte voor schone zomer.
En in dank vouwden wij de handen.

Tuinen vol bloemen in alle pracht
van kleuren en vormen om ieders
ogen te strelen en hart te verblijden
granen die rijpen tot aren zo vol.
En in dank vouwden wij de handen.

Bossen verven zich met gele, bruine
en rode bladeren en dieren zoeken
hun winterverblijf in holen of holten
in bomen of vertrekken naar zonnig zuid.
En wij danken voor alles de Here.

Tijd is gekomen dat planten verwelken
en oogst van granen en vruchten
en dieren die weer naar binnen gaan
en het veld blijft troosteloos leeg staan.
En wij vragen om nieuwe toekomst.

Begoocheling


Gedreven door wind
gestuwd door golven
gedragen door liefde
in eindloze tijd

gelaten aanvaarden
verstrijken van dagen
verwachten toekomst
die nooit meer verslijt

steeds blijven hopen
dat vuur blijft branden
water niet opdroogt
en leven eeuwig gedijt

eens zal toch blijken
dat we blijven geloven
in ’t aardse leven
en tijd zonder strijd.