Etmaal

nachtegaal001a[1]

Nachten gaan vooraf aan ochtendgloren
niet eerder zal het duister zwichten
dan dat het aan de einder gaat lichten
in zonlicht weer een dag wordt geboren

niet eerder zal de nieuwe dag ontwaken
eer zij wordt gewekt door vogelkoren
die zich in vele toonaarden laten horen
vanuit kruinen van bomen en van daken

niet eerder zal de zon haar laatste licht
in heldere stralen over aarde schijnen
als laatste vogelzang als schoon gedicht

vanuit boomkruinen langzaam verdwijnen
dan dekt weer het duister van de nacht
de aarde toe en houdt de maan de wacht.

Vakantie in eigen regio

16-knotwilgenbijdedijk, Hans Versfelt - kopie
Schilderij van Hans Versfelt

Versmolten in het landschap als stil leven
een karrenspoor, meer is het niet
geen beeld kan bijna zoveel rust weergeven
koeien, en wilgen ergens tussen riet

een Hollands geheel in verf gevat
het groene gras, de wolkenlucht,
als “Eyecatcher” dat zanderig pad
een geheel waarvoor men de stad ontvlucht

En in de verte ’t bos nog in nevel gehuld
klinkt in het riet de zang van de karkiet
de koeien liggen herkauwend vol geduld
menselijke emotie beroert hen niet.

Wat is dan het paradijs dichtbij
en voelt men zich ook in eigen land zo vrij.

Mijn gedachten


Dikwijls kan ik de gedachten
in mijn woorden niet kwijt
kan ik nog slechts wachten
op ieder zin die om voorrang strijdt

wachten op verlossende woorden
die mijn onrust op doen klaren
in talrijke klankvolle akkoorden
mijn brein voor rampspoed bewaren

dan spreek ik als volleerd redenaar
de bühne vol gloed betredend
iedere tegenspraak overredend
geloof ’t of niet maar ’t is waar

maar mijn woorden blijven gedachten
men zal nog op mijn doorbraak moeten wachten

Maskerade


Ontmasker, toon je ware aard en leven
en leef niet in de sleur van elke dag
niet hypocriet of met gemaakte lach
je kunt toch beter openhartig  streven.

Je bent toch weergaloos met eigen gezicht
en ieder weet dan wat hij aan je heeft
je wordt gelukkig als je vrijer leeft
en aandacht meer op medemensen richt.

Verberg geen zorgen achter schone schijn
en deel je vreugde zo je ’t zelf ook voelt
dan kun je tussen mensen jezelf zijn

dan leef je zo het leven is bedoeld
en hoef je voor verdriet je niet verbergen
de stille eenzaamheid kan zoveel vergen.

Zwevend

Gelijk een adelaar

Zwevend zag ik hem gaan door ’t zwerk
af en toe met zijn machtige vleugels slaan
een vliegend kolos zo er weinig bestaan
als wezen uit een geheel ander tijdperk

cirkelend op thermiek tussen de wolken
naar duizelingwekkende hoogte in spiraal
tot ‘t silhouet wegzuigt in de zonnestraal
vraag ik mij af hoe kan ik dit vertolken?

Slechts even was te zien de glans van zijn veren
de scherpe belijning van zijn kop, ’t felle oog,
kromming van zijn machtige snavel en klauwen.

Van zo’n zeldzame verschijning kan ieder leren
dat als men voor de feiten het hoofd niet boog
om de visarend slechts enkel kan rouwen

De zwaan

witte zwaan

Stilte vult de avondgloed
eind van de dag door zon gevoed
horizon van einder tot einder verguld
toekomst die zich in het donker hult

over donker water een witte zwaan
zoals gedachten door ’t duister gaan
een schim die in het duister licht
gedachte die zich naar toekomst richt

in al haar gratie, haar schoon bewust
zwemt zij verder door de avondrust
een kleine reine witte vlek

een kernpunt in een dagbestek
en dromerig zie ik haar gaan
deze schone zelfbewuste witte zwaan.

Egbert Jan van der Scheer

Doei !


Een groet aan u allen mijn gelieven
het harte bloed ten afscheid mij zo zeer
tot diepst beroerd is thans mijn ziele teer
ik wil u door aanwezigheid niet ontrieven

mijn tenten sla ik helaas wel elders op
enige tijd zal ik wel anders toeven
dan tussen koeien en boerenhoeven
vermaken ander-halve-man en paardenkop

vaarwel o allen die mij niet zullen missen
gij redt u zelve wis en zeker wel
als dat niet zo is zou ik me zwaar vergissen

ik ga vertrekken met geluid van toeter en bel
of ik terugkom zal ik nog wel beslissen
voor enige dagen is ’t echter. Vaarwel !

Nieuwjaarshoop

champagne-160867__180
Die kleine hoop, altijd in mijn hart
ook in stille duisternis
waar ik de warmte van vrienden mis
moeite en pijn een mens zo benard

leeft op als vlammend vuur
waar in aanvang van nieuwe tijden
alle goed gemeende wensen zo verblijden
en hoop geven op lange duur.

Mogen wij de tijd beleven
waar iedereen wil streven naar ’t licht
in begrip en liefde zich tot elk ander richt
niets dan goeds en écht geluk wil geven.

Dat we niet terug vallen in ons oud patroon
maar vinden vrede en vriendschap heel gewoon.

Zomaar ’s avonds

gemakkelijke stoel bij de haard
Onderuit gezakt zittend in mijn luie stoel
lezend in het allerlaatste nieuws vandaag
komt bij mij de gedachte op in een vlaag
of ik nou eigenlijk nog voor dichten voel

vooral omdat velen mij er om bespotten
en mij raden, man hou er nu toch mee op
al die versjes van jouw zijn echt een flop,
van mij mogen ze met hun gelijk oprotten

tja ik zet nou eenmaal graag wat op papier
en ook al zal niemand dat echt wat zeggen
dat doe ik niet voor hun, maar eigen plezier

je moet niet kakelen maar zelf een ei leggen
schrijven geeft mij tenminste nog meer vertier
dan vroeg de benen van mij af te leggen

stemming als eb en vloed

ruwe zee

De zeeën zijn niet steeds oases van rust
Of vlak van horizon tot horizon
En glanzend licht in stralen der zon
Waar witte vogels zweven van kust tot kust

Niet immer kab’len vriend’lijk golfjes teer
Alwaar ze zacht het blanke strand ontmoeten
En  Hollands schone duinen begroeten
Bij storm gaan ze dikwijls razend te keer

Mijn geest dikwijls ook wisselvallig als de zee
Niet altijd vriend’lijk als de zonnestralen
Soms voel ik ongemak en ach en wee

Mijn dagen verlopen dan met pieken en dalen
Ach, ieder mens kent stormen in ’t leven
Alléén  vreugd en gein is niemand gegeven.

Al eeuwen door hetzelfde

Graaf Floris
Lang zullen glorie en roem droombeelden blijven
en zolang zal de dichter in zijn fantasieën
heldendaad van adel en vorsten beschrijven
die schonen overladen met galanterieën

jonkers die maagdekens met liederen paaiden
over hun glorieuze overwinningsdaden
terwijl ze de pluimen van hun hoed zwaaiden
en hun schone naar de waarheid lieten raden

doch het vrouwvolk was beslist niet te bedotten
al zongen zij voor hen de adem uit hun longen
de meiskens lachten zich krieken om die zotten
heel wat helden zijn van de toren gesprongen.

Ach ziet toch, het is uiteindelijk een kwelling
glorie en roem leidt slechts  tot teleurstelling.