Geluk in een notendop


Ik heb de vlinders gezien
de bloemen geroken
vogels hoorde ik zingen
bijen verzamelden honing
jij danste daar tussen
over de paden in mijn tuin.

En ik dacht bij mijzelf;

“Wat is de wereld mooi,
wat is het leven een feest.”
Want ik rook de rozen geuren
zag de vlinders fladderen
de vogels zongen
en de bijen verzamelden honing.

En ik dacht; “Dit is geluk.”

Vlinder


Ik liep door mijn tuin
tussen bloemen en rozen
een merel zong in eikenkruin
een vlinder had een plek
op mijn schouder gekozen.

De nachtegaal sloot
bij de merel aan
een duet wie ’t mooist floot
even ben ik hierbij
stil blijven staan.

Die vlinder is nooit weggevlogen
hij vloog rechtstreeks in mijn hart
en is met wat lag in zijn vermogen
de liefde tussen ons gestart.