
Eens zullen wij allen koning zijn
nadat wij over kronkelig paden zijn gelopen
en verzadigd door brood en wijn
op liefde, rust en vrede mogen hopen.
Dan zullen wij in kort resterende tijd
verder gaan door tijd beladen
in Gods genade en goedheid
tot wij voor Zijn gouden troon in liefde baden.
Dan zijn wij daar in ’t eeuwig leven
en zullen wij alles wat wij hebben gekregen
weer in scheppers handen moeten geven
als dank voor Zijn liefde en zegen.
