De reis


Daar over de kim
waar vormen vervagen
en onze fantasie groeit
zien wij nog niet
de glans van het licht
droom van de toekomst
troost van de liefde.

Daar over de kim
waar geen afscheid bestaat
zijn wij allen gelijk
daar heerst enkel vrede
daar is het nieuw paradijs.

Tachtig


Langzaam slenter ik over paden
ach door tijd wordt ik niet meer gedreven
mijn leeftijd dwingt mij niet tot grote daden
ik mag zelf nog kiezen in een rusig leven.

Rustig blijf ik staan en geniet van de natuur
overal rondom staaat zoveel weelde
en al was het leven soms wel zuur
er bestond ook zoveel dat de wonden heelde.

Zovele jaren ben ik over dit pad gegaan
vanaf geboorte tot mijn laatste dag
ook al was het alsof de tijd soms stil bleef staan
toch blij dat ik na tachtig jaar hier nog wezen mag.

Voor dag en nacht


Tussen dag en nacht
is slechts één verschil
’t is net wat je verwacht
rumoer over dag, ’s nachts stil.

In ’t licht van de dag
geniet ik je figuur
zie je gezicht en hoor je lach
zet je mijn hart in vuur.

In duistere nacht
betast ik de lijn van je gezicht
dan fluister ik zacht,
“Voor jou is dit gedicht.”

Dromen koesteren


Koester je dromen over liefde en vrede
want eens komen alle dromen uit
vanuit geloof en vertrouwen gevat in een bede
begeleid door de kracht van harp en fluit.

Wie zijn hoop niet kan vestigen op dromen
en in het leven de liefde niet ziet
wordt zo dikwijls hoop op toekomst ontnomen
worden de dagen gevuld met verdriet.

Maar droom al je dromen
eens komt de vrede op aard
voor ieder schepsel zal vriendschap komen
elk individu evenveel waard.

Koester je dromen over liefde, vrede en hoop
eens worden ze allen verhoord
belofte en bevestiging ontving je in de doop
doorZijn liefde en vergeving nooit verstoord.

Lieve Heer


Lieve Heer, mag ik nog eenmaal komen zeuren?
Er is zoveel wat ik niet begrijpen kan.
Naar men zegt bestuurt U heel het aards gebeuren
maar als ik zo zie berijp ik er geen jotah van.

Lieve Heer, eens schiep U de aarde als een paradijs
en de mens daarop als Uw gelijkend beeld
en U maakte hem rentmeester als gunstbewijs,
hebt hem boven al Uw schepselen in gunst bedeeld.

Lieve Heer, wij hebben er niets van begrepen
en doen alsof wij zelf alles hebben gemaakt
kunnen slechts over eigen prestaties dwepen
maar hebben heel Uw schepping afgekraakt.

Lieve Heer, Uw geduld met ons is zo grenzeloos
iedere keer geeft U ons nieuwe kans
maar steeds is ons gedrag zo hopeloos
wij verdienen voor onze werken echt geen krans.

O Lieve Heer, wil ons nog even sparen
zie Uw schepping nog in genade aan
wij zelf veroorzaakten alle gevaren,
maar laat Uw schepping niet door gramschap vergaan.