Tocht door de woestijn


Door dorre zandwoestijn
bezaaid met doornen
zocht ik vruchteloos naar en pad
een weg die naar een oase leidde
strompelde ik naar fatamorgana
schijn verblijdend licht
slechts wanhoop en bedrog.

Nergens een druppel verkoelend water
nergens een kruimel droog brood
nergens een kleine plek met schaduw
schijnbaar geen velossing uit nood
geen verblijdend vooruitzicht op verkoeling.

Toch klinkt eens een zachte stem
wijzend naar de goede levensweg
die van doornen en zand verlost
en in de bomen klinkt weer ’t blijde vogellied
hoopvolle zang op vrije toekomst gericht.