Ik zag het land in ’t stralend licht aan zee
de blanke duinen, ‘t blinkend witte strand,
en gouden wolken boven ’t vlakke land
en vele vogels vliegen of zweven mee.
Verspreid daar langs de ruime horizon
staan ginds de boerderijen tussen bomen
in groene wieden staat het vee te dromen
waar schaduw varieert met wolk en zon.
Ik zag het land in treurig doodse kleur
het bruine dorre veld in nevel gehuld
en ‘t vallend stervend blad verspreidt zijn geur
Ik zag het land bij sneeuw door zon verguld
’t met ijs bedekte water tussen ’t riet
waar jong en oud naar hartenlust geniet.
Verhalende wind
geschiedenis verspreidend
door bomen
halmen van graan
ruisend riet
door water
kabbelende golven
deining van vloed
over blanke stranden.
Zwijgend genot
in herfstige bossen
wonder wit
drijft door blauw
flauw zendt zon
nevelige banen
kleurt kruinen
geel en rood
rust en vree gevonden.
Nooit laat ik gaan wie door Zijn lijden
tot na de dood mij leven geeft
mij draagt door moeilijke tijden
die ook mij nooit verlaten heeft
die mij zoekt als ik verloren
door vreemde streken dwaal
mijn klacht en wanhoop aan wil horen
en spijzigt mij met Zijn avondmaal
Hij zal mij uit ellende dragen
op Zijn schouder uit het diepste dal
mij niet naar eigen schulden vragen
omdat Hij mijn fouten al weten zal
Hij verzacht met liefde mijn wonden
met zachte stem vertroost Hij mij
vergeven en vergeten heeft Hij mijn zonden
zegt slechts; “Mijn kind ook jij hoort bij Mij”.
Alsof U zich zou binden aan steen en staal
of gesloten binnen blinde muren
enkel Uw aanwezig zijn laat blijken door verhaal
waarin gelovigen tijd zullen verduren
op dagen die U alleen behagen.
Hoeveel temeer verlangt U naar Uw gemeente
die als Uw lichaam Uw woning is op aarde
van vlees en bloed en niet van koud gesteente
maar door Uw geest haar taak aanvaardde
ook ’t lijden dat zij als Uw knecht moet dragen.
Uw kerk wilt U bouwen in ieders hart
dat zich wendt tot Uw vergeven
door wereldmachten of druk getard
in vrijheid met Uw woord wil leven
naar gemeenschap met gelovigen wil streven.
Zorgen worden door wind uit mijn hoofd geblazen
alles gaat van “Leien dakkie” met wind in mijn rug
toch is er één “maar”, ik moet ook nog terug
misschien dat de wind uit andere hoek gaat razen
voorlopig denk ik daar nog maar niet over na
en peddel ik vrolijk over ’s heren wegen
zo de wind waait, waait m’n jas hopelijk zonder regen
want ik heb geen jas, zodat ik in m’n hempie sta
maar vrolijk en blij fiets ik over berg en door dal
ga veel liever omhoog dan naar beneden
ben ik eenmaal bovenop ga ik weer in vrije val
en ben je onderin kun je de hoogte weer betreden.
Wat is een mens toch een stukkie ongeluk
ben je beneden, trap je jezelf weer stuk.
Als ik alleen loop in diepe gedachten
peinzend over moeilijkheden pijn en gemis
zonder iemand in mijn buurt te verwachten
voelt ’t net of er iemand vlak naast me is.
Iemand die legt Zijn hand op mijn schouder
die roept me heel zachtjes bij mijn naam
wiens stem gaandeweg wordt vertrouwder
en stil loop ik verder met Hem saam.
Hij praat als kent Hij al mijn zorg en gedachten
Hij neemt ze stuk voor stuk bij mij weg
’t is of Hij mij bevrijd van kwade machten
zonder dat ik mijn zonden aan Zijn voeten leg.
Hij spreekt van oorden waar wij samen komen
prachtige kleurrijke tuinen hier ver vandaan
paradijzen waar wij hier op aarde slechts dromen
en waar ieder schepsel ooit eens heen zal gaan.
Maar als ik eindelijk in staat ben om te spreken
Hem wil vragen waar al dat schone dan wel is
Kijkt Hij mij aan ; “Zoek niet in aardse streken.
Zo je Mij niet volgt, loop je dat schone mis”.
Plotseling was Hij geheel verdwenen
maar Zijn stem klonk nog zo lieflijk na
nog kan ik niet vatten dat Hij mij is verschenen
maar ik weet mij opgenomen in Zijn gena.
Zie in ramen van mijn leven
weerspiegeling van velden
groen tot aan de horizon
golvend gras als op zeeën
bewogen in de oostenwind
hoor door openstaande deuren
zacht het klagen van een kind
gevallen in gespannen netten
en de strikken van een vrind
getroost door oude woorden
voel de streling van het water
dat mij draagt naar gindse zij
gewichtloos zonder enige moeite
als een schip naar stille kust
waar ik kan landen in veilige haven
zie in ramen van mijn leven
weerspiegeling van groene velden
golvend gras tot aan de horizon
hoor nog steeds het klagen van dat kind
voel het water dat draagt naar gindse zij.
Ik peins mij suf om zinnig woord te schrijven
Helaas, geen passend woord siert mijn papier
Daar mijn gedachten enkel bij jou verblijven
Geen enkel ander verschaft mij zo’n plezier
Waarom dan toch dat ik woorden moet zoeken
Daar jij al een schoon gedicht bent op zichzelf
Jouw schoonheid staat niet beschreven in boeken
In jouw beweging herkent men glans van een elf
Je bent gelijk een droom, een sprookje bij nacht
Waar geworden fantasie door dichters beschreven
En alleen in stilte door hun brein bedacht
In verhalen aan kinderen gebleven
Laat mij daarom dromen dat je steeds bij mij bent
Alleen door die hoop voel ik mij in m’n element.
In gestage tik van seconden
verloopt traag de tijd
waarin wij steeds vonden,
maar raakten ook kwijt,
juiste wegen in ’t leven
in balans en evenwicht
om elkaar ruimte te geven
gunnend ieder levenslicht
in die gestage tik van seconden
vonden wij ook snel de tijd
elkaar dodelijk te verwonden
in woorden of in strijd.
Landscape of La Maddalena archipelago, Sardinia, Italy.
Stil maar, er komen tijden
van liefde, vree en rust
die wij aan medemensen wijden
vol van troost bewust.
Stil maar, eens zullen wij feest vieren
vriendschap en vreugde met elkaar
de bedelaar zich met bloemen sieren
de krijgsman knielen voor ’t dankaltaar.
Stil maar, dan zal niemand meer lijden
door ziekte, pijn of geweld
wees niet ongeduldig, er komen tijden
dat de dagen van ’t kwaad zijn geteld.
Wees dan stil, luister naar het vogellied
zie de schone bloemen in de velden
vertrouw op wat ons de vrede biedt
zekerheid waarover onze ouders vertelden.
Niet mijn mond
die woorden spreekt,
noch mijn brein
waaruit ze ontstaan,
ook niet mijn hand
die ze schrijft
en ze samen richt.
Geboren in mijn hart,
gewogen door mijn brein
worden woorden die ik spreek
geschreven met mijn hand
tezamen tot één geheel
uit het diepste van mijn ziel
gevoegd tot een gedicht.