
Zorgen worden door wind uit mijn hoofd geblazen
alles gaat van “Leien dakkie” met wind in mijn rug
toch is er één “maar”, ik moet ook nog terug
misschien dat de wind uit andere hoek gaat razen
voorlopig denk ik daar nog maar niet over na
en peddel ik vrolijk over ’s heren wegen
zo de wind waait, waait m’n jas hopelijk zonder regen
want ik heb geen jas, zodat ik in m’n hempie sta
maar vrolijk en blij fiets ik over berg en door dal
ga veel liever omhoog dan naar beneden
ben ik eenmaal bovenop ga ik weer in vrije val
en ben je onderin kun je de hoogte weer betreden.
Wat is een mens toch een stukkie ongeluk
ben je beneden, trap je jezelf weer stuk.

Ja, van de wind af lach ik, maar tegenwind… zucht…
Maar toch de vrijheid op de fiets, heerlijk in de herfst.
Een lach…mooi gedicht Egbert Jan.
Dank voor je reactie Hilly.
Blijf lachen bij het fietsen. Statistiesch is bewezen dat mensen +/- 3% meer windaf fietsen dan tegen de wind in.
Hier bij is dus tevens het bewijs geleverd dat ik geen gemiddeld fietser ben. 🙂