Onbekende toekomst


Meet niet de dagen
in uren, minuten of seconden
maar in zegeningen
van levensjaren.
Van tijden met regen
of warmte van zonneschijn.
Het zijn tijden
die wij gratis kregen
om dankbaar voor te zijn.

De tijd zijn niet de dagen
die wij achter ons lieten,
maar de uren, minuten of seconden
die wij nog voor ons hebben.

Hoe lang?


Ze zijn er nog
aarde, lucht en water.

En iedere dag
ervaar ik het weer.

De vrijheid om te ademen
en genieting van natuur.

Ze zijn er nog
mensen, dieren en wolken.

Niemand kan mij ontnemen
het genot om dit te lieven.

Het is er allemaal nog
en zo ook ik.

Alleen hoelang nog?

Rollen maar

Senior citizens walking through the park with walking aid, elderly concept

Fluitend loop ik door de lanen
uit volle borst zingend over straat
dansend langs beuken en plantanen
weet met m’n vrijheid bijna geen raad.

Vrolijk groetend alle mensen
alle meisjes spreek ik aan
wat zou ik mij een beter leven wensen
dan dit vrolijk vrijbuiterbestaan.

Nog steeds lacht mij de toekomst toe
al is mijn beweging niet meer zo soepel
wordt ik van afstand lopen eerder moe
en lijkt mijn rug af en toe een hoepel.

Gelukkig zijn er genoeg hulpmiddelen
tegen humeur somber en dor
alle chagrijn en ellende overvleugelen
ik red me prima met m’n rollator.

Iedere dag opnieuw


Iedere morgen opnieuw
bewonder ik de wijde horizon
de smaragd groene velden.

Iedere dag adem ik weer
de frisse ochtend geuren
van weide en bloemen.

Iedere ochtendstond geniet ik
van de witte schapen
grazend in het Pruisisch blauw.

Iedere nieuwe dag rijst
voor of achter de wolken
de nieuwe warmte bron.

En iedere dag opnieuw
geniet ik weer van het leven
dat mag, want ik ben tachtig.

Elke tijd zijn eigen tijd


Ik denk zo dikwijls
dat ik nog jong ben
een jaar of achtien
twintig misschien.

Maar achterom ziend
zijn jaren steeds sneller gegaan
waren uren slechts tellen
seconden bestonden nog niet.

En wachten op toekomst
kan uren, ja jaren, nog duren
men vraagt zich af,
kent tijd wel grens.

Toch blijven jaren nog jaren
gaat van uren geen seconde af
maar als alle tijd is verstreken
breken ook jaren, uren, seconden af.

Jaren overdenken


Al draaiend het fonkelend rode glas
gedachteloos starend in de haard
mijmerend hoe het toen was
tijd voor ik oud was en bejaard.

Voor mij licht mijn oude jachthond op mijn voeten
ook voor hem gaat de tijd steeds door
tijd van alles mogen, niets meer moeten,
en zo nu en dan een uurtje spelen tussendoor.

Langzaam zak ik weg in dromen
op mijn leeftijd toegestaan
laat jonge jaren nog terug komen
levend in waan van tijd die ons is voorbij gegaan.

Voordeel van nadeel


Waarom schrijf ik nog de woorden uit mijn brein
dat die mij na mijn leven nog verraden
de dagen uit mijn vroege jeugd mij schaden
herinneringen aan toen groot of klein.

Ach was ik nog zo in geluk geborgen
een jonge knaap nog in zijn vaders huis
gekleed in spijkerbroek en wollen buis
geheel frank en vrij en zonder zorgen.

Maar ach, waarom zou ik in ’t heden klagen
naar omstandigheid ben ik nog bij de tijd
veel last en kwaal hoef ik niet te dragen.

Ondanks dat ik aan stijve botten lijd
mijn spieren niet meer als kabels gespannen
nu heb ik alle tijd om mij te ontspannen.

Tachtig


Langzaam slenter ik over paden
ach door tijd wordt ik niet meer gedreven
mijn leeftijd dwingt mij niet tot grote daden
ik mag zelf nog kiezen in een rusig leven.

Rustig blijf ik staan en geniet van de natuur
overal rondom staaat zoveel weelde
en al was het leven soms wel zuur
er bestond ook zoveel dat de wonden heelde.

Zovele jaren ben ik over dit pad gegaan
vanaf geboorte tot mijn laatste dag
ook al was het alsof de tijd soms stil bleef staan
toch blij dat ik na tachtig jaar hier nog wezen mag.

Zo wás, zo ís ‘t leven


Nog steeds droom ik van verre horizon
Met wuivende palmen aan zonnige stranden
De tijden dat ik nog zover reizen kon
Nog niet gebonden door leeftijdsbanden

Ach, nu komt de verte bij ons in huis
En kunnen wij er vanuit de stoel van genieten
Alles wordt ons getoond op de buis
Van cabaret tot ergens ruwweg schieten

Of we er gelukkig van worden is de vraag
Het meeste is immers kommer en kwel
En betreft meest oorlog of plaag
Of penoze rijp voor de cel

Toch is het leven echt zo slecht nog niet
Zolang je zelf de vrede bewaart
En niet met jaloezie naar anderen ziet
En niet te vergeten, ouderdom niet bezwaart

De trein


Een trein dendert door berg en dal
Met steeds hogere snelheid
Niemand weet waar en wanneer hij stoppen zal
Niemand weet noch begin noch eindtijd

De trein, hij dendert door

Langs vele steden, langs vele stations
Een reis van zeer lange duur
Zonder te stoppen bij haltes of perrons
Vanaf vroege ochtend tot avonduur

Die trein, hij dendert door

Eens nadert hij het laatste perron
Daar wordt de reis besloten
Staan wij vol verwachting aan de horizon
Dan is onze levensreis afgesloten

En de trein blijft staan als herinnering

Laatste jaren


In de stille kamer
Tikt de tijd stillekens heen
Door stilte versterkt als slag van een hamer
Van tel tot tel rijgt de tijd aaneen

Stil droom ik hier van vroegere jaren
Van tijden vol jeugd en gezelligheid
Nog bezeten door wilde haren
En af en toe zo nu en dan wat baldadigheid

Ach, we waren nog jong en vol levenslust
’t Leven had voor ons nog geen gevaren
Nu zie ik geen vrienden, nu enkel nog rust
De rust, van het laatst der jaren

Leven en wachten


Ooit in mijn jonge tijd
Toen de jaren nog jaren waren
Dagen slechts een zuchtje wind
Dromen product van de nacht
Toekomst nog onoverzichtelijk
Het gehucht waar ik woonde
In mijn ogen een wereldstad

Daar lag toen mijn geluk besloten
Ik had tijd en leven in de hand
Ik liefde de vrije vlakke velden
In wereldstad of metropool kwam ik zelden
Als woonplaats verkoos ik het ruime land

Nu gaan de jaren steeds sneller
Dagen tel ik reeds niet meer
En als men vraagt, waar blijft de tijd
Blijf ik het antwoord schuldig
En hoe lang nog leeft de mens
Ach, ik wacht gewoon maar geduldig

Krimpende tijd


Steeds meer gebogen
Loop ik in deze krimpende dagen
Nog steeds genietend van ’t leven
Over resterende paden
Wat minder snel dan in mij jonge jaren
Maar onverdroten voorwaarts

Ergens voor mij ligt de horizon
Waar nu nog eindigt mijn gezicht
En de wereld schijnt te eindigen

Toch ligt mijn toekomst daar
Waar ’t licht niet eindigt
En geen hoop verloren gaat

Erkende illusie


Heb vandaag gewandeld
Door een dag van mijn leven
Een dag verder van het verleden

Nog weinig stappen
In de toekomst

Een gedacht aan ’t zijn
Enige meters door ’t leven
Wandelend in vergane illusies

Een idylle uit verleden
Die een glimlach vormt in ’t heden.

Nooit meer vroeger


Ach wat stemt me dat nou melancholiek
ga ik mij hierbij droevig voelen
goed, ik ben al niet meer zo jong en kwiek
als we dan nog nostalgie bedoelen
en gaan spreken over vroegere tijden
ga ik dat ook in mijn botten voelen
ik haat ’t om daarover uit te wijden

je bent, zegt men, niet ouder dan je je voelt
leeftijd telt men niet in jaren
ik snap best wat men daarmee bedoelt
’t brengt ook echt je gemoed tot bedaren
al zit je dan niet meer in de kleuterklas
kun je dat alleen als herinnering bewaren
’t wordt nooit meer wat ’t vroeger was.